Foto van een onderzoeker

onderzoek

Wat is vrijzinnigheid? (Cornelis)

Verwacht je een definitie van vrijzinnigheid dan zal je helaas van een kale reis terugkeren. Ik weet het, filosofen beginnen doorgaans hun uiteenzettingen met klare bepalingen, maar dit stuk vormt daarop dan de uitzondering. Het is overigens de bedoeling van deze erfgoedgids slechts een leidraad te zijn voor jouw persoonlijke onderzoek omtrent vrijzinnig humanisme. Daarom zou het wat vreemd zijn dat ik, als filosoof, hier en nu mijn visie op het onderwerp etaleer; dat zou haaks staan op wat ik begrijp onder vrijzinnigheid. Trouwens, door niet te willen zeggen wat vrijzinnigheid is omwille van wat ik als vrijzinnig beschouw, zeg ik eigenlijk al heel wat over mijn opvatting rond vrijzinnigheid.

Ik kan mijn kijk op de zaak niet geheel onderdrukken, want door de weg te wijzen aan wie omtrent vrijzinnigheid enig onderzoek wil verrichten, beperk ik al meteen de mogelijkheden daarvan. Misschien wil ik dat niet als vrijzinnige, en ik wil al helemaal niet verzanden in een socratische aanpak waarbij ik mijn waarheid omtrent vrijzinnigheid uit de lezer tevoorschijn tover door de juiste vragen te stellen (of de aangewezen weg te tonen) die uitgeven op mijn visie. Maar absolute zekerheid over mijn oprechtheid heb je natuurlijk nooit. Als je ervan uitgaat dat ik vrijzinnig ben – dan heb je dus al een eigen welbepaalde definitie – mag je tot de adequaatheid van het bovenstaande besluiten. In het andere geval is het wat eigenaardig – al is het niet uitgesloten – dat je dit stuk nog verder zou willen lezen. Maar in beide gevallen heb je wel al een volgens mij juiste opvatting inzake vrijzinnigheid – juist vanuit mijn standpunt. Het is echter de bedoeling van dit stuk dat je zelf op zoek gaat naar een definitie – waarbij je van niemand kritiekloos wat overneemt.

1. Jouw werkhypothese

Ga te rade bij jezelf. Maak een mindmap. Begin met een eenvoudige, intuïtieve werkdefinitie. Misschien is ze te breed, misschien te eng; daar kom je later wel achter. Even associatief brainstormen middels een groot vel papier brengt al veel aan het licht. Waar denk jij aan als je middenin het blad het begrip vrijzinnigheid schrijft, concepten er omheen pent en woorden clustert die op een of andere wijze verband met elkaar houden? Welke trefwoorden verschijnen er? Als je die termen vervolgens op het internet even natrekt, dan kom je al een heel eind. Neem er de tijd voor. Zoek ook op termen waarvan je vermoedt dat ze je iets kunnen leren over vrijzinnigheid. Bij wat zouden op enigerlei wijze vrijzinnigen betrokken kunnen geweest zijn of waarover heeft de vrijzinnigheid (volgens jouw werkdefinitie) wat in de pap te brokken? Niet alleen concepten als 'vrijzinnig', 'vrijdenken', 'liberalisme', 'atheïsme' (dat zijn de gemeenplaatsen), maar ook 'vrij onderzoek', 'humanisme', zelfs 'euthanasie', 'abortus', 'religiositeit' en 'charlie hebdo'. Maar ook 'scepticisme' en 'agnosticisme'. Kijk ook eens naar afgeleide woorden als 'agnost' om er maar eentje te noemen: met 'agnost' krijg je ook de teksten waarin 'agnosticisme' staat geschreven – maar niet omgekeerd. In elk geval draag je zorg voor je de bronverwijzingen. Niets zo vervelends als later niet meer weten wie wat waar heeft gezegd. Gebruik het internet, maar ga ervan uit dat de informatie die je zal vinden zelden volledig is en eerder indicatief.

Een eerste uitdaging is het scheiden van kaf en koren. Welke bronnen zijn betrouwbaar en welke niet? Daartoe zou je eigenlijk al het een en ander met enige zekerheid moeten weten, terwijl je uiteraard pas de eerste stappen aan het zetten bent. Je zal wellicht ideeën omtrent vrijzinnigheid aantreffen van individuen en verenigingen, in passages uit monografieën en wetenschappelijke artikels,1 maar evenzeer uit encyclopedieën, woordenboeken en dies meer. Voorlopig zal je het even moeten doen met de vormelijke kenmerken van je bronnen: in welke mate zijn ze uitgebreid, eenzijdig en recent? Wat zijn de affiliaties van de auteurs: waar werken ze voor? Hanteren ze een verzorgde taal (dat vertelt wat over de opleiding van de schrijver)? Wat niet impliceert dat in een krakkemikkige taal niets relevants over vrijzinnigheid zou kunnen worden gezegd! Kan je uitmaken wat de bedoeling is van de teksten? Dat alles vertelt wat over de validiteit (zal je antwoorden krijgen op je vragen?) en betrouwbaarheid van je bronnen. Misschien eindigt de zoektocht hier reeds, als je na triangulatie (raadplegen van diverse onafhankelijke bronnen) saturatie bereikt (je stelt vast dat dezelfde zaken beginnen terug te keren) en je bevrediging vindt in de aangetroffen antwoorden. De kans lijkt me groter dat je veel kwaliteitsverschillen opmerkt. Er werd heel wat geschreven over vrijzinnigheid, door mensen van allerlei slag. Hoe dieper je graaft, des te meer diversiteit je zal aantreffen.

2. De filosofische kijk op de zaak

Hoogstwaarschijnlijk zal je niet tevreden zijn met de grijze oppervlakkigheid en verlang je meer diepgang. De bibliografieën van je reeds verzamelde bronnen zullen je verder op pad sturen. In die literatuurlijsten zal je weer andere naslagwerken aantreffen, maar ook primaire (originele) bronnen. Als de auteurs hun werk goed deden zijn de bronvermeldingen accuraat en zal je je weinig moeite moeten getroosten om de overeenkomstige stukken te vinden. Het zal je meermaals overkomen dat je de informatie belegen vindt: secundaire literatuur is immers gauw gedateerd. Primaire bronnen daarentegen behouden hun historische relevantie.

Hoever moet je in het verleden duiken? Moet je helemaal tot de klassieke oudheid gaan om tot een bepaling te komen van vrijzinnigheid? De term 'vrijzinnigheid' ga je pas recentelijk aantreffen in de literatuur. Het is een uitdaging om te achterhalen wanneer precies en in welke context het woord voor het eerst verscheen,2 maar de grondslagen zal je vinden bij de Griekse filosofen en de denkers uit de renaissance. Gedegen overzichten van de wijsbegeerte zijn er te over. Er zijn globale overzichten waarin auteurs bij een grote reeks wijsgeren meerdere aspecten kort belichten.3 Er zijn er andere die vanuit een bepaald perspectief (zoals het liberalisme) wijsgeren selecteren en bespreken.4 Er zijn er die rechttoe rechtaan de geschiedenis van de vrijzinnigheid betreffen.5 Er zijn interactieve websites.6

Bedenk dat elke geschiedenis van de wijsbegeerte steeds gebaseerd is op een selectie door een auteur. Geschiedkundige overzichten zijn meestal wel gebaseerd op feiten (geschiedenis is een academische discipline), maar het blijven constructies door historici. Geschiedkundigen zijn mensen: ook zij maken politieke en filosofische keuzen, leggen eigen accenten en kleuren de geschiedenis naar hun eigen smaak. Dat is onvermijdelijk: ze kunnen er moeilijk onderuit – uiteindelijk geldt dit voor elke onderzoeker en alle disciplines. Bovendien is 'vrijzinnigheid' – dat zal je wel vermoeden – een bijzonder geladen concept. Je moet er kleur mee bekennen en misschien wil niet iedereen dat doen.

Het is aangewezen om na onderlinge vergelijking van enkele overzichten de oorspronkelijke teksten erbij te nemen; de stukken waarvan je vermoedt dat ze van groot belang zijn voor je studie. Je kan ook weer niet alles te grondig lezen (het hangt er natuurlijk ook van af hoeveel je veil hebt voor je project). Je zoekt de gulden middenweg tussen horizontaliteit (diversiteit van de bronnen) en verticaliteit (dieptegang). Het is niet uitgesloten dat je tot het besluit komt dat zowat alle westerse wijsgeren (op één of twee uitzonderingen na) in meer of mindere mate hebben bijgedragen tot de wijde verspreiding van het vrije denken.

Het lijkt er nu op dat je, om een antwoord te krijgen op je vragen, je alleen maar kan wenden tot de filosofie. Je kan dan alvast eens gaan snuffelen in de archieven van de eigenzinnige en vrijzinnige denker Leopold Flam, die vaak gekarakteriseerd wordt als existentiefilosoof.7

Flams tegenpool Leo Apostel8 was een systeemdenker. Het is de andere aanpak, waarbij filosofen allerhande vragen coherent en consistent beantwoorden uitgaande van zo weinig mogelijk principes en binnen het kader van die beginselen. Anders gezegd: ze trachten theoretisch consequent te zijn. Hun antwoorden delen ze mee aan de wereld (die er dan al dan niet wat mee doet). Daarmee is niet gezegd dat andere stervelingen inconsequent zouden zijn; dat is eigenlijk nogal vanzelfsprekend. Maar filosofen gaan daar gegarandeerd bewust mee om (of dat denken we dan maar) – dat is één. En twee: ze expliciteren hun gedachtegang en geven argumenten.9 Bij filosofen weet je hoe ze tot bepaalde conclusies komen. Hun schrijfsels zijn doorgaans transparant qua argumentatiestructuur. Al zijn er ook wel een aantal bij die de zaken compliceren om te compliceren. Maar laat dat zeker niet afschrikken. Er zijn secundaire werken die zich toespitsen op filosofen die het hedendaagse vrijdenken hebben voorbereid:10 daarin kan je in detail over werk en leven lezen van verlichte wijsgeren. Maar ga zeker niet voorbij aan de toonaangevende oorspronkelijke werken.11 Of de antwoorden bevredigend zullen zijn, is geheel wat anders, maar de teksten zullen je in elk geval inspireren. Je hoeft je zeker niet te beperken tot de klassieke primaire teksten;12 er worden er elke dag weer nieuwe bijgeschreven.13 Ook wat de overzichtswerken betreft.14 Hedendaagse overzichten proberen up to date zijn (ze eindigen niet meer met Nietzsche of Heidegger of Rorty); anders gezegd, ook levende wijsgeren worden erin opgenomen, zelfs kersverse filosofes.15 Het is een goeie zaak dat het jonge volkje schrijft, dat vrouwelijke wijsgeren hun stem laten horen en worden opgepikt.

3. Google weet niet alles

Tot voor kort hadden we uitsluitend analoge geschreven bronnen; vandaag beschikken we zelfs eerder over digitale of gedigitaliseerde werken. Het digitale tijdperk heeft het onmiskenbare voordeel om analoge bronnen (ik heb het dan over bronnen met analoge dragers, zoals in hoofdzaak papier) via het internet te ontsluiten voor zo goed als iedereen. Al geraakt ook weer niet alles gescand – dat is een eerste nadeel. Het is een illusie dat je de wereld binnenhaalt via je televisie en de kennis via je laptop. Dat zijn geselecteerde wetenswaardigheden. Bovendien kan elk mens wat geloofwaardigs op het internet plaatsen: dat is het wat vervelende gevolg van eeuwen filosofische strijd voor de vrije meningsuiting. Er wordt geknipt en geplakt dat het een lieve lust is: zaken worden overgenomen zonder bronvermelding. Dat alles tast te betrouwbaarheid van woorden in grote mate aan en verhindert de traceerbaarheid. Het is dus essentieel om uiterst omzichtig en kritisch om te gaan met informatie.

Er is nog een belangrijker nadeel: vandaag digitaliseren we zelf, onmiddellijk. Anders gezegd: we tikken onze gedachten in op smartphones, tablets of computers. Voor anderen zijn die niet toegankelijk – en onvindbaar – zodat veel van de waardevolle gedachten van deze tijd verloren (zullen) gaan. Historici maken zich daar terecht al zorgen over. Reeds op zeer korte termijn zal je slechts een deel van onze filosofische arbeid kunnen terugvinden. Als je dus nu onderzoek wil doen omtrent vrijzinnigheid, je kiest een filosoof uit en je wil gaan snuisteren in diens persoonlijke archieven: het kan tegenvallen. Hoop op grote dozen 'gekribbel' op papier en niet op vier afgeschreven computers of harde schijven, want daar zal geheid de voeding verloren liggen. Als je de harde schijven zelf al kan vinden; ze zijn vaak verdwenen met het oude meubilair.

Waar kan je nog informatie vinden omtrent vrijzinnigheid buiten het internet? Er zijn bibliotheken, jawel, zoals universiteitsbibliotheken, bibliotheken van vrijzinnige verenigingen, bibliotheken van instituten, stadbibliotheken, bibliotheken van de Vrijmetselarij, thuisbibliotheken van vrijzinnigen en talrijke archieven waar je mag verwachten stukken te vinden van en over vrijzinnigen.16 De ene is al makkelijker te bezoeken dan een andere.

Filosofen publiceren nog steeds op papier: maar meer en meer en vaak al te veel op zeer vluchtige media. Ze doen populariserende uitspraken op radio en televisie, ze hebben blogs en publiceren podcasts, ze zetten kernachtige dingen op Facebook of ze twitteren. Dat heeft zijn voordelen: daar komen de denkers meteen tot de essentie (daar waar hun voorgangers de kern van de argumentatie vaak verborgen in lange traktaten). Het nadeel is de vluchtigheid: uitspraken omtrent specifieke thema's zijn moeilijk te vinden. Wil je erachter komen wat hedendaagse denkers zeggen over vrijzinnigheid, abonneer je dan op hun Twitter-account of word hun vriendje op Facebook. Zoek op YouTube naar hun debatten en gesprekken. Snuister in de digitale archieven van kranten en nieuwsdiensten. Vergeet echter naast de virtuele wereld de realiteit niet: ga dus ook eens naar hun lezingen. Hedendaagse filosofen gaan vaak de hort op om hun visies ter plekke uit de doeken te doen. Op Facebook laten ze wel weten waar.

Hoe weet je of je met échte filosofen te maken hebt? Filosofen hebben hun domeinspecifieke methoden (zoals alle specialisten natuurlijk). Goed uitgevoerd bieden deze methoden de garantie op betrouwbaarheid (uiteraard niet op waarheid). Tegenwoordig zijn zowat alle filosofen praktiserende academici of hebben ze een universitaire achtergrond. Dat valt dus heel makkelijk na te gaan via het internet.

Waarom zou je je beperken tot filosofen? Niet elke filosoof heeft wat zinnigs te zeggen over vrijzinnigheid en heel wat vrijzinnigen zijn geen filosoof. Moet het gezegd dat filosofen niet noodzakelijk vrijzinnig zijn? Het hangt er dan van af – wat had je gedacht? – welke tentatieve definitie jij gebruikt en welke hun overtuiging is omtrent de betekenis van het woord. Maar waar vind je de vrijzinnigen? Al wie een lidkaart heeft van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging ('H streepje VV')? Dat zijn er zowat achtduizend. Allen die een liberale partijkaart op zak hebben? Dat zijn er meer dan zestigduizend. Maar waarom zouden de liberale humanisten in de doorsnede typische vrijzinnigen zijn?

4. De vrijzinnige praktijk

Gaat het met vrijzinnigheid om een attitude of om een levenshouding? Maak het verschil tussen die twee. Velen zullen beweren dat het synoniemen zijn, maar laat me even mijn punt maken. Een attitude betreft een contract met jezelf om op een bepaalde manier in het leven te staan, daar waar een levenshouding daadwerkelijk is. Een contract kan je verbreken, een levenshouding is feitelijk. Dat betekent dus dat een levenshouding zich toont in daden en een bevestiging kan zijn van een attitude. Maar als vrijzinnigheid een attitude of levenshouding is, hoe grijp je dan daarvan de betekenis?

Je kan mensen bevragen of observeren of hun levenswandel bestuderen. Als je enkel vrijzinnigen enquêteert, weet dan dat je alleen maar nagaat wat vrijzinnigen zeggen dat ze zelf vinden te moeten doen. Je meet alleen een attitude (voor zover dat al mogelijk is). Het is daarom beter hen te observeren. Maar uiteindelijk is het registreren van een levenshouding schier onmogelijk. Je kan al gewoon beter na de feiten hun prestaties evalueren. Weet dat je vanuit een theoretisch kader dat deelonderzoek uitvoert: jij selecteert mensen en ziet handelingen (of niet) vanuit jouw mening omtrent vrijzinnigheid. Als je het doen en laten van mensen gaat onderzoeken, dan heb je zelf al min of meer beslist wie vrijzinnigen zijn en wat het inhoudt.

Misschien moet je gewoon willekeurig mensen vragen wat volgens hen of voor hen vrijzinnigheid betekent. Een breed opgezet 'definitorisch' onderzoek. Beperk je maar niet tot de voorzitters van de bekende verenigingen;17 neem ook de leden van de minder bekende verenigingen in beschouwing.18 Lees de lokale maar ook de parochiale bladen.19 Want wat zeggen (vermoedelijk) andersdenkenden20 over vrijzinnigheid? Wat niet-vrijzinnigen vertellen, zal op zijn minst even leerrijk zijn als wat vrijzinnigen over zichzelf en vrijzinnigheid vertellen.21 Tracht te achterhalen hoe bepaalde ethische thema's (zoals euthanasie) door de actoren van de verschillende levenshoudingen worden behandeld: soms zijn er meer overeenkomsten dan verwacht.22

5. De metadisciplinaire23 kenmerken van vrijzinnigheid

Wat zijn vandaag de verbanden tussen vrijzinnigheid en de politiek? Ontmoeten liberalen en socialisten zich in de vrijzinnigheid, of maakt vrijzinnigheid het verschil? Sluiten bepaalde politieke strekkingen vrijzinnigheid uit? Wat maakt dat we intuïtief denken dat het zo zou zijn? Hoe denkt men daarover (doe eens een bevraging)? Welke opvattingen – politiek, ideologisch, religieus – zijn onverenigbaar met vrijzinnigheid en waarom? Bestudeer de politieke manifesten en websites van de partijen, analyseer de debatten en toespraken, de pamfletten en partijpunten. Maar ga ook na wat de vrijzinnige politici effectief realiseerden: want vrijzinnigheid op papier is wellicht wat anders dan vrijzinnigheid in de praktijk. Onder electorale druk worden sommige zaken vaak scherper gesteld en worden andere bijzonder vaag gehouden. Het moment bepaalt de inhoud van de gedachte.

Is er wat veranderd sedert de institutionalisering in 1951 met de stichting van het Humanistisch Verbond? Wordt vrijzinnigheid in de politiek op de achtergrond gehouden? Zie je Karel De Gucht als representatief voor de vrijzinnigheid in de politiek of kies je eerder voor zijn zoon, Jean-Jacques? Omdat hij zich meer profileert als vrijzinnige? Omdat hij meer vrijzinnige thema's aansnijdt? Of ben je van oordeel dat het vrijzinnig profiel van hun partijgenote Jacinta de Roeck duidelijker is?

Wie ga je interviewen? Je kan zo al een aantal namen bedenken. Zijn het 'zelf geproclameerde' vrijzinnigen? Kies je hen uit hoofde van hun functie? Uit wat ze in de media vertellen? Omdat je hen daadwerkelijk hebt zien handelen? Zijn mensen vrijzinnig omdat ze zeggen het te zijn, omdat men geaffilieerd is met een vrijzinnige universiteit, omdat men een functie heeft binnen een bepaalde vereniging, omdat men zich gedraagt volgens de vrijzinnige waarden of omdat men gewoon zegt wat men denkt? Is het een 'of-of' of een 'en-en'? Kan iemand met een religieuze achtergrond vrijzinnig zijn? Ga je Etienne Vermeersch wel, maar Rik Torfs niet interviewen? Sluit je beiden uit omdat ze een katholieke achtergrond hebben? Sluit katholicisme vrijzinnigheid uit? Kunnen moslims vrijzinnig zijn? Kunnen vrijzinnigen religieus zijn? Is vrijzinnigheid ook een religie? Zijn er niet-humanistische vrijzinnigen en niet-vrijzinnige humanisten? Vandaag lijken vrijzinnigheid en humanisme onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar is dat ook zo in Wallonië?

Stel je echter de vraag of de ingeburgerde term 'vrijzinnig humanisme' al dan niet een pleonasme is. Wat is vrijzinnigheid? Gaat het om het instituut (wat dat ook zou mogen betekenen)? Dan kan het interessant zijn om de publicaties na te gaan van het instituut zelf: hoe het instituut zich voordoet. Analyseer de website van de vrijzinnige verenigingen. Maar kijk ook achter de schermen: wat is de missie, wat is het charter, wat is het manifest? Beschouw de vrijzinnigheid bij wijze van werkhypothese als een bedrijf. Zijn er opmerkelijke verschillen met andere bedrijven? Ga na welke mensen er werken (geslacht, leeftijd, afkomst, voorkeuren allerhande). Beperk je bij interviews en/of bevragingen niet tot de woordvoerders of mandatarissen, maar tracht je een beeld te vormen van alle geledingen. Denk je dat Mario Van Essche (als voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging) op al je vragen een antwoord heeft? Of Gert De Nutte, als algemeen coördinator van de H-VV? En sluit je Sylvain Peeters (als voorzitter van deMens.nu, voorheen de Unie van Vrijzinnige Verenigingen) meteen al uit omdat hij het aanstellen van moslimleerkrachten in het katholiek onderwijs vergeleek met "cardiologen hersenen laten opereren"?24 Waarom zou je de ene wel en de andere niet horen? Misschien opteer je er liever voor om de laureaten van de Prijs Vrijzinnig Humanisme te benaderen. Zij worden door vrijzinnigen aangewezen als "vooraanstaande humanisten die in leven en werk blijk geven van een authentiek en volgehouden vrijzinnig-humanistisch engagement."25 Zien Wim Distelmans (2015) en Marleen Temmerman (2013) zichzelf als vrijzinnigen?

Filosofen, academici, artsen en politici: die vrijzinnigen zijn goed zichtbaar. Maar welke literatoren zijn (of waren) vrijzinnig?26 Zijn er kunstenaars die zich vrijzinnig noemen of als vrijzinnig worden beschouwd en vrijzinnige gedachten uiten in hun kunst? Kunst mag je in deze breed interpreteren: van poëzie en beeldende kunst, naar muziek, theater en dans. Was Herman Teirlinck een vrijzinnige? Hij wou studenten beurzen toekennen om podiumkunsten te studeren (en hen wegkopen bij hun ouders). Maar ook stripverhalen en cartoons kan je maar beter eens van nabij bekijken. Gedraagt 'le chat' van Philippe Geluck zich als vrijzinnige? Vind je vergelijkbare boodschappen bij monde van Jommeke of Lambik? Is voor kunstenaars het kunstobject een middel of is het een doel? Hoe denken de recensenten, kunsthistorici en curatoren erover? Kan vrijzinnigheid zich eigenlijk adequaat manifesteren in kunst? Zijn het de retinale of eerder de mentale kunstexpressies die zich het best lenen voor vrijzinnigheid? Zijn het bij uitstek de 'avantgardistische' kunstenaars die zich zodoende als vrijzinnigen outen?

Neem tijd om ieders leven en werk grondig te bestuderen; onderzoek de bibliografieën en (auto)biografieën. De mensen rond vrijzinnigen zeggen vaak meer over de persoon in kwestie dan dat die zelf doet. Zoek naar de wisselwerking tussen leven en werk: dan kan je iets beter tussen de regels lezen van de werken en de levenshouding beter begrijpen. Waarom zijn ze vrijzinnig geworden? Zijn er afvalligen?

"Ik ben een mens en niets menselijks is me daarom vreemd," kerfde Michel de Montaigne in een plafondbalk. Vandaar dat je je de vraag kan stellen: is er een verband tussen een vrijzinnige ingesteldheid en delinquentie? En als ze betrokken zijn bij misdaden, laten vrijzinnigen zich dan tot bepaalde types van wangedrag verleiden?27Distantiëren andere vrijzinnigen er zich van? Of kan een vrijzinnige nooit overgaan tot een berekende moord?

In welke geledingen van de Westerse maatschappij gedijt de vrijzinnigheid? Is vrijzinnigheid elitair? Komt vrijzinnigheid voor in andere culturen? Wanneer duiken vrijzinnige gedachten op in andere culturen? Is er een invloed van de vrijzinnigheid op andere culturen? Is er daarbij sprake van politieke ontwikkeling? Speelt vrijzinnigheid een rol bij de Arabische lente? Is vrijzinnigheid reactionair? Welke posities nemen vrijzinnigen in de maatschappij in? Zoeken ze bepaalde sleutelposities op? Meer of minder dan anderen? Zitten zij in ethische commissies, adviesraden, nemen ze leidende posities in? En handelen ze dan daadwerkelijk naar hun levensbeschouwing? Maken ze deel uit van drukkingsgroepen? Is de H-VV een drukkingsgroep? Willen vrijzinnigen zieltjes winnen, en hoe doen ze dat dan? Hebben ze strategieën of juist niet? Menen ze slagkracht te hebben – als ze dat al nastreven? Hoe gedragen ze zich in structuren? In welke beroepen vinden we meer dan elders de vrijzinnigen? Van welke type verenigingen (buiten de eigen groeperingen) zijn ze lid? Doen ze aan liefdadigheid en, zo ja, in welke vorm? Zijn ze bescheiden, houden ze niet van het etiket? Willen ze als vrijzinnigen bekend staan? Wenst de ware vrijzinnige zich in de schaduw te houden en is nederigheid inherent aan vrijzinnigheid? Als dat zo is, dan belooft het een moeilijk en intrigerend onderzoek te worden.

6. De perceptie van vrijzinnigheid

Hoe zien de media het verschijnsel 'vrijzinnigheid'? Sla er de opiniestukken op na van de analisten. Lees de krantencommentaren en lezersbrieven. Voel de pols van de vrijzinnigheid. Beluister de berichtgeving op radio en televisie. Hoe denken de opiniemakers over vrijzinnigheid? Wat verwachten ze van vrijzinnigen? Wat zijn hun kritieken? Hoe vrijzinnig zijn de programmamakers?28

Hoe profileert de vrijzinnigheid zich in de media? Hoe etaleren notoire vrijzinnigen hun ideeën? Lees hun bijdragen aan de kranten, hun optredens op televisie, hun radio-interviews. Wat vertellen ze tijdens de eigen televisie- en radioprogramma's, respectievelijk 'Lichtpunt' en 'Het Vrije Woord'? Je kan de programma's makkelijk herbekijken29 of -beluisteren.30

Wie is het die vrijzinnige gedachten propageert? Komen ze meer of minder aan bod dan anderen? En wie zien zij als anderen? Waartegen positioneren vrijzinnigen zich? Wie wordt er beschouwd als opponent van de vrijzinnigheid? Denk je aan Joël De Ceulaer met zijn open brief aan minister van onderwijs waarin hij de Fakkeltjeskrant als een indoctrinair pamflet beschouwt?31

Wat is de verhouding tussen vrijzinnigheid en onderwijs? Hoe zorgt de vrijzinnigheid ervoor dat haar waarden in het onderwijs worden overgedragen? Is het noodzakelijk zo dat er vrijzinnigen bij betrokken moeten zijn? Welke vrijzinnige waarden zijn in het onderwijs verankerd? Worden ze in alle netten gelijkelijk aangeboden? Worden ze op alle niveaus aangeboden: kleuter, basis-, secundair en hoger onderwijs? Zijn er verschillen tussen ASO, TSO, KSO en BSO? Zijn er verschillen tussen de universiteiten? Zijn er verschillen tussen de disciplines? Heeft de vrijzinnigheid een eensluidende visie omtrent onderwijs? Of zou een consensus over wat dan ook precies een ontkenning zijn van alles waarvoor vrijzinnigheid staat?

7. Jouw onderzoek

Vrijzinnigheid is een term die vele ladingen dekt. De onderzoeksvragen zijn talrijk en wachten op een antwoord. En als er al een gedateerd antwoord bestaat, dan is herhaalonderzoek nuttig (om na te gaan of de toestand niet is veranderd).

Vrijzinnigheid blijft het waard grondig te worden onderzocht. Laat het duidelijk zijn dat die studie complex belooft te zijn. Vrijzinnigheid verschijnt aan de oppervlakte, maar erg veel blijft buiten het gezichtsveld. Er komt dus veel bij kijken bij je ontleding van het begrip: de vanzelfsprekende, zeer uitgebreide literatuurstudie, archiefonderzoek, maar je zal ook een screening van media-optredens verrichten, bevragingen ontwikkelen en interviews doen. Al dat auditief materiaal zal je transcriberen. Wil je de teksten vergelijken, dan ga je een inhoudsanalyse uitvoeren.32 Dat betekent dat naar bepaalde concepten wordt gezocht, de uitspraken worden gelabeld en de frequentie wordt bepaald. Je moet zeker ook zoeken naar negatieve instanties: wat is vrijzinnigheid niet, wat denken niet-vrijzinnigen? Speur naar tegenvoorbeelden: wat verwacht je van alle vrijzinnigen maar doen sommigen klaarblijkelijk niet?

Kan je eigenlijk wel iets neutraals rond vrijzinnigheid op papier zetten? Ben je in staat je buikgevoel te negeren? Of geldt dat voor elk wetenschappelijk onderzoek? Hou de leuze van Montaigne in het achterhoofd en wees attent voor je eigen bias. Laat je werkstuk zeker eens lezen door een niet-vrijzinnige. Of als je jezelf niet als een vrijzinnige ziet, schakel dan iemand in die tegemoet komt aan jouw definitie van vrijzinnige. Maar daar begint het natuurlijk allemaal mee.

Voetnoten

  1. Voorbeeld: G. Casteur, S. Bieseman & T. Mortier, De euthanasiewet en de paradox van de ultieme zelfbeschikking, in Ethische Perspectieven 24 (2014), 1, p. 57-68.
  2. Interessante bronnen: W. Prévenier, Vrijzinnigheid en vormingswerk in het 19e eeuwse Willemsfonds, in De Vlaamse Gids 57 (1973), p. 51-54; F. Demeyere & C. Pijpen (red.), Over vrijzinnigheid gesproken: verleden, heden, toekomst, Brussel, VUBPress, 1998.
  3. Voorbeeld: H. Dethier, Het Gezicht en het Raadsel, Brussel, VUBPress, 1996.
  4. Voorbeeld: D. Verhofstadt, De Liberale Canon, Antwerpen, Houtekiet, 2015.
  5. Voorbeeld: J. Tyssens & E. Witte, De vrijzinnige traditie in België, Brussel, VUBPress, 1996.
  6. Voorbeeld: Humanistische canon, 2012, www.humanistischecanon.nl (Nederland!).
  7. Flams archief is verdeeld over het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, het Letterenhuis in Antwerpen en het Archief voor het Vlaams Leven te Brussel. Een beperkt deel van zijn oeuvre kan je vinden op het Nederlandstalig Marxistisch Internet-Archief, Leopold Flam, s.d., www.marxists.org/nederlands/flam.
  8. Als vertrekpunt (met postuum verschenen teksten): Leo Apostel, logica.ugent.be.
  9. Voorbeeld: J. Braeckman & M. Boudry, De ongelovige Thomas heeft een punt, Antwerpen, Houtekiet, 2011.
  10. Voorbeeld: G. Cornelis, Francis Bacon twittert: de nieuwe academie, Antwerpen, Garant, 2015.
  11. Voorbeeld: Voltaire, Dictionnaire philosophique, 1764-1769.
  12. Voorbeeld: M. Montaigne, Essais, 1580.
  13. Voorbeeld: L. Ham, Door Prometheus geboeid: De autonomie en autoriteit van de moderne Nederlandse auteur, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 2015.
  14. Voorbeeld: P. Algoet, Vrijzinnig humanisme. Een kennismaking en uitdieping, 2012, www.h-vv.be/docs/dossier-vrijzinnig-humanisme.pdf.
  15. Voorbeeld: Alicja Gescinska, De verovering van de vrijheid: van luie mensen, de dingen die voorbij gaan, Rotterdam, Lemniscaat, 2011.
  16. Om alvast een voorbeeld te geven: Liberaal archief, www.liberaalarchief.be, inzake de grote liberale organisaties, zoals de liberale partij, het Willemsfonds, het Liberaal Vlaams Verbond en de Liberale Jonge Wachten/PVV-Jongeren, en tevens allerhande van en over personen actief in de brede liberale beweging.
  17. Bv. Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, deMens.nu, Vermeylenfonds, Willemsfonds, De Maakbare Mens.
  18. Bv. Studiekring Vrij Onderzoek en Vereniging Ernest De Craene.
  19. Bv. Zoeklicht, www.vrijzinnigwestvlaanderen.be/vrijzinnigheid-bij-jou-in-de-buurt/vrijzinnige-ontmoetingscentra/vc-mozaiek/media/tijdschrift-zoeklicht.
  20. Bv. Davidsfonds.
  21. Voorbeeld: P. Algoet, Vrijzinnig humanisme. Een kennismaking en uitdieping, 2012, www.h-vv.be/docs/dossier-vrijzinnig-humanisme.pdf.
  22. Voorbeeld: G. Cornelis, Een zijden draadje. Kinderen, jongeren en beslissingen rond het levenseinde, Brussel, Academic and Scientific Publishers, 2010.
  23. Een neologisme met 'meta', omdat het niet de kenmerken van disciplines zelf betreft, en dus van een andere orde is dan interdisciplinair en transdisciplinair. Vrijzinnigheid houdt (misschien) verband met de eigenheden van de disciplines (als bezigheden van de mens), maar overstijgt ze.
  24. De Morgen, 27 januari 2015.
  25. Uitreiking Prijs Vrijzinnig Humanisme, www.h-vv.be/activiteiten/kalender/uitreiking-prijs-vrijzinnig-humaisme. [sic]
  26. Bv. Jef Geeraerts. Zie bijvoorbeeld: P. Van Aken, Niemand te hoog: humanisme, vrijzinnigheid en Vlaamse literatuur, Brussel, VUBPress, 1995.
  27. Voorbeeld: Jean Renneboog, voormalige rector van de Vrije Universiteit Brussel, veroordeeld voor moord op zijn echtgenote.
  28. Voorbeeld: Sven Pichal, radio- en televisiemaker, die zich als vrijzinnige profileert.
  29. De meeste afleveringen van Lichtpunt kan je vinden via www.youtube.com.
  30. Het volledig radio-archief staat online: www.h-vv.be/media/radio.
  31. J. De Ceulaer, Beste Hilde Crevits, in Knack, 5 november 2014, p. 122.
  32. Instructie: D. Mortelmans, Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Leuven, Acco, 2007.

Verwijzen naar dit artikel kan als volgt: Cornelis Gustaaf C., Wat is vrijzinnigheid?, in Onderzoeksgids voor de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen, Brussel, Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, 2018, www.cavavub.be/nl/onderzoeksgids-cornelis (laatst geüpdatet op 27 maart 2018).