Foto van een onderzoeker

onderzoek

Religies, sekten en levensbeschouwingen (Blancke)

Als tiener was ik mateloos geboeid door de pop- en rockmuziek uit de jaren zestig en zeventig, soms begin jaren tachtig. Om de muziek uit die periode zo snel en zo veel mogelijk te leren kennen, paste ik onder meer de volgende eenvoudige strategie toe: telkens wanneer je een cover hoort, ga dan op zoek naar het origineel. Zo ontdekte ik via Bauhaus' cover van Ziggy Stardust het fantastische oeuvre van wijlen David Bowie uit de jaren zeventig. Via diens onderschatte album PinUps stootte ik vervolgens op pareltjes van de Yardbirds, de Pretty Things, en de Easybeats. Later paste ik een gelijkaardige strategie toe in mijn onderzoek, maar dan aan de hand van referenties: neem een standaardwerk uit de literatuur omtrent het onderwerp waarvoor je interesse hebt en gebruik vervolgens de referenties om je zoektocht verder te zetten.

Op die manier werk ik nog steeds. Maar je moet natuurlijk ergens beginnen en dan helpt het dat iemand je een zetje in de juiste richting geeft. Ik had het geluk Johan Braeckman als gids te hebben. Op zijn aangeven maakte ik kennis met de boeken van Daniel Dennett, Richard Dawkins, Steven Pinker en vele andere oorspronkelijke denkers die mijn kijk op mens en wereld resoluut en definitief op zijn kop hebben gezet. Zij vormden ook het startpunt van een intellectueel avontuur waar ik vandaag nog steeds ontzettend veel plezier aan beleef. Eén van de onderzoekspaden die ik reeds vaak heb verkend is religie. Zo legde ik me onder meer toe op de studie van het creationisme in Europa en geraakte gefascineerd door de cognitieve wetenschap van religie. Vandaag heb ik het genoegen uw gids te zijn in uw zoektocht naar vrijzinnige opvattingen over religies, sekten en levensbeschouwingen.

Welke bronnen u het best raadpleegt, hangt uiteraard af van wat u precies wil onderzoeken. Religies, sekten en levensbeschouwingen vormen een complex onderwerp dat je op veel verschillende manieren kan benaderen. Wilt u weten waarom mensen religieus zijn? Zoekt u argumenten tegen religie? Bent u geïnteresseerd in atheïsme? Of onderzoekt u liever de rol en de plaats van religie in de maatschappij of in het onderwijs? Deze verschillende vragen brengen u op verschillende paden. Voor elk van hen probeer ik een richting aan te geven. Daarbij zal ik ongetwijfeld bronnen vergeten te vermelden die andere mensen onontbeerlijk vinden. Ik verontschuldig me hiervoor bij voorbaat. Maar ik hoop dat de werken die ik wel vernoem u als vanzelf naar die andere zullen leiden.

1. Waarom religie?

Interesse voor religie is niet enkel voorbehouden aan gelovigen. Integendeel, agnosten en atheïsten, en dus ook humanisten, geraken er eveneens geboeid door, en weten niet zelden meer over dit onderwerp dan hun religieuze medemens. De reden hiervoor is dat zij willen begrijpen, dat ze niet geloven en dat ze daarbij antwoorden zoeken op vragen die een gelovige zich niet stelt. Eén van de interessantste vragen – zo vind ik zelf – is: hoe komt het dat mensen doorheen de geschiedenis en in alle culturen religie kennen, zelfs al bestaat er geen overtuigend bewijs voor het bestaan van god(en) of de bemoeienissen van voorouders of geesten? Verschillende antwoorden lijken plausibel: mensen zouden gelovig zijn omdat ze hun sterfelijkheid niet kunnen verdragen of omdat ze vat willen krijgen op raadselachtige fenomenen zoals het ontstaan van de wereld of epilepsie. Een andere reden zou zijn dat religie nodig is voor de sociale cohesie binnen een gemeenschap of om mensen zich moreel te laten gedragen. De nog prille cognitieve studie van religie stelt deze traditionele aanpak, waarbij één oorzaak het bestaan van religie dient te verklaren, in vraag. Niet dat deze verklaringen geheel de bal mis slaan, maar ze slagen er niet in om alle relevante aspecten van religie te verklaren. Als religie troost biedt, waarom zijn bovennatuurlijke scenario's dan soms gruwelijker dan de werkelijkheid? Als religie de wereld begrijpelijker moet maken, waarom roept ze dan enkel meer vragen op? En de veronderstelde relatie tussen moraliteit en maatschappelijke stabiliteit is verre van eenduidig.

Volgens de cognitieve wetenschap van religie kan je deze en andere facetten van religie verklaren door aan te nemen dat religie een bijproduct is van een normaal functionerende menselijke geest. Om goede evolutionaire redenen bestaat onze geest uit verschillende functionele mechanismen. Zonder dat we er onszelf van bewust zijn, levert het ene mechanisme ons nuttige intuïties omtrent de natuur, helpt het andere ons het gedrag van andere mensen te begrijpen en stelt nog een ander ons in staat om ons moreel te gedragen. Dezelfde mechanismen maken onze geest echter ook uitermate ontvankelijk voor religieuze ideeën en voorstellingen die door een proces van culturele evolutie net zijn afgesteld om deze mechanismen op optimale wijze te verleiden. Net zoals malaria zich kan verspreiden omdat ons lichaam gevoelig is voor de Plasmodium parasiet, verspreiden religieuze concepten zich door onze geestelijke gevoeligheden uit te buiten. Kortom, religie kan je opvatten als een epidemie. Wie zich deze epidemiologische manier van denken over religie eigen wil maken raad ik ten stelligste het boek Religion explained. The evolutionary origins of religious thought van de cognitieve antropoloog Pascal Boyer aan. Het boek is ook in het Nederlands vertaald onder de ietwat ongelukkige titel Godsdienst verklaard. De oorsprong van ons godsdienstig denken (De Bezige Bij, 2002). De Nederlandstalige versie is niet meer in de handel te verkrijgen, maar menig Vlaams bibliotheek bezit een exemplaar. Gelijklopende benaderingen, mits belangrijke nuanceverschillen, vind je in Richard Dawkins' God als misvatting (Nieuw Amsterdam, 2009) en Daniel Dennetts De betovering van het geloof (Contact, 2006). Ook het recente boek van Maarten Boudry, Illusies voor gevorderden. Waarom waarheid altijd beter is (Polis, 2015) steunt op een cognitieve-epidemiologische benadering. Daarnaast biedt het boek ook een mooi overzicht en een kritische discussie van de huidige debatten in het onderzoek naar de evolutie van religie.

Niet alle auteurs binnen de cognitieve wetenschap van religie gaan er immers van uit dat religie louter een bijproduct is. Jesse Bering bijvoorbeeld meent dat religie een biologische adaptatie is die ons in staat stelt om min of meer harmonieus in grote groepen samen te leven. In Het godsinstinct. Waarom mensen geloven (Nieuw Amsterdam, 2011) lees je hier meer over. Andere werken uit dit bloeiende onderzoeksveld zoals Big Gods: How religion transformed cooperation and conflict (Princeton UP, 2013) door Aya Norenzayan zijn helaas (nog) niet in het Nederlands te verkrijgen.

2. De geschiedenis en diversiteit van religie

Kennis over de evolutionaire en cognitieve wortels is onontbeerlijk om een gegronde mening te vormen over religie. Dat religieuze overtuigingen uitsluitend bestaan bij gratie van hun aantrekkelijkheid voor ons brein of omwille van een adaptieve functie (en dus niet gericht zijn op het bevatten van een bovennatuurlijke waarheid) ondergraaft meteen ook de geloofwaardigheid van die concepten. Op die manier levert de cognitieve studie van religie een belangrijke bijdrage aan vrijzinnige opvattingen over dit belangrijke fenomeen. Ook andere disciplines kunnen een dergelijk ondermijnend effect hebben. De schier eindeloze diversiteit aan religieuze concepten die blijkt uit historisch en antropologisch onderzoek, stelt elke waarheidsclaim die een religie durft te maken meteen in vraag. Ze kunnen immers niet allemaal tegelijkertijd waar zijn. Daarenboven stelt historische en antropologische kennis van religies de idee op scherp dat religie geen goden- maar mensenwerk is. De historische kritiek van de openbaringsteksten vormt een belangrijk onderdeel uit van deze traditie. Ze toont immers overtuigend aan dat de teksten niet Gods woord bevatten, ja zelfs niet eens een accuraat historisch relaas bieden. Mensen hebben ze opgeschreven en geselecteerd ten dienste van overtuigingen, motieven en belangen die ze koesterden binnen een bepaalde historische context. In deze moderne tijd kunnen we de claims over bv. de goddelijkheid van Jezus dus maar beter met een enorme korrel zout nemen. In De hoer van de duivel. Illusies en godsgeloof (Acco, 2011) bespreekt Freddy Mortier onder andere de implicaties van een dergelijke historische benadering voor het geloof in de Christelijke openbaring. De historische Jezus vormt het onderwerp van een hoorcollege door Etienne Vermeersch dat recent verscheen bij Home Academy (2015).1 Informatie over de geschiedenis van en historische kritiek op het christendom vind je onder meer in de publicaties van het Centrum voor de Studie van de Christelijke Tradities, uitgegeven bij Academia Press te Gent.2

3. Godsbewijzen

Hoewel je misschien zou denken dat religie eerder een kwestie is van geloof en niet bevraagde aannames en overlevering, kennen veel religies een traditie van godsbewijzen. Deze bewijzen, die op een onweerlegbare manier het bestaan van God moeten aantonen, duiken vooral op wanneer religies zich dienen te meten met naturalistische opvattingen over mens en wereld, zoals het materialisme. Er bestaan verschillende godsbewijzen: het ontologisch godsbewijs poogt het bestaan van God aan te tonen louter op basis van zijn veronderstelde wezenlijke eigenschappen, terwijl het kosmologische argument beweert dat je God als verklaring nodig hebt voor het bestaan van het universum, hetzij als eerste oorzaak hetzij als finetuner van fysische constanten. Het meest bekende argument is het ontwerpargument, dat het bestaan van God afleidt uit wereldse fenomenen. In Romeinen 1 vers 20 lezen we bijvoorbeeld: "God is wel onzichtbaar, maar uit alles wat hij geschapen heeft, blijkt zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Want sinds het ontstaan van de wereld is zijn bestaan duidelijk te herkennen uit wat hij gemaakt heeft. Daarom hebben de mensen geen enkele verontschuldiging."3

Een belangrijke bron van inspiratie zijn de voorbeelden van functionele complexiteit en adaptaties, die we in de natuur aantreffen: het menselijke oog, de angel van een bij, enz. In Natural theology (1802), de meeste bekende formulering van het ontwerpargument, vergelijkt William Paley het menselijke oog met een uurwerk. Net zoals de complexiteit van het uurwerk een uurwerkmaker doet veronderstellen, zo wijst de complexiteit in de richting van een oog-maker, zijnde God. Helaas voor Paley en zijn talrijke collega's zijn dergelijke godsbewijzen enkel overtuigend voor wie reeds in een god gelooft. Vrijzinnigen zijn doorgaans minder onder de indruk van hun bewijskracht. Reeds in de achttiende eeuw stelden filosofen als David Hume en Immanuel Kant zich ernstig vragen bij de verschillende godsbewijzen.

Theologen en religieuze filosofen blijven echter met de regelmaat van de klok dergelijke bewijzen formuleren en verdedigen. Voor een vrijzinnige kan het daarom interessant zijn zich in de verschillende argumenten en de weerlegging ervan te verdiepen. Om je vrijzinnige kijk verder te onderbouwen kan je ook de bewijzen tegen het bestaan van god bekijken. Eén daarvan is het argument van het lijden, dat stelt dat een almachtige en algoede god niet te verenigen valt met al het slechte dat in de wereld plaats vindt. Sinds eeuwen worstelen theologen met dit probleem, zonder ooit een overtuigende oplossing te hebben geboden. Ze ontwierpen er een speciaal genre voor, de theodicee, die een logische verklaring probeert te geven voor deze paradox. Wie graag een hedendaagse kritiek leest op de godsbewijzen kan niet om de klassieker heen van John L. Mackie, The miracle of theism. Arguments for and against the existence of God (Clarendon Press, 1982). Eveneens in het Engels verscheen recent God in the age of science: A critique of religious reason (Oxford UP, 2012) van de Nederlandse filosoof Herman Phillipse. Deze laatste publiceerde eerder al Atheïstisch manifest en De onredelijkheid van religie (Prometheus, 2004). In Vlaanderen kan je alvast terecht bij de volgende twee boeken: het eerder vermelde De hoer van de duivel van Freddy Mortier en het iets oudere Tot in der eindigheid. Over wetenschap, New Age en religie (Hadewijch, 1997) van Jean Paul Van Bendegem. Ook in het Kort vertoog over de god van het Christendom uit 2004 verwerpt Etienne Vermeersch op een korte en bevattelijke manier het bestaan van de christelijke god op rationele en ethische gronden.4

4. Creationisme en Intelligent Design

Een religieuze stroming die de aantoonbaarheid van het bestaan van God heel ernstig neemt is het creationisme. De idee dat God de wereld heeft geschapen vinden we reeds terug in de Oudheid bij Griekse denkers zoals Plato. We kennen allemaal het scheppingsverhaal uit het boek Genesis, maar het christendom vormt zeker niet de uitzondering: zowat alle culturen verklaren het bestaan van de wereld door een goddelijke scheppingsdaad. De godsbewijzen die we hierboven hebben besproken bouwen voort op deze creationistische overtuigingen. Als beweging kent het creationisme echter een veel recentere geschiedenis. Bij het begin van de twintigste eeuw maken conservatieve protestantse gelovigen in de Verenigde Staten zich ernstig zorgen om een aantal tendensen binnen de kerken en in de Amerikaanse maatschappij. De historische kritiek van de Bijbel draagt bij tot de ontwikkeling van het modernisme dat een vrijere, metaforische interpretatie van de Bijbel propageert. De Verenigde Staten maken een industriële omwenteling door die ook andere waarden met zich meebrengt. Daarnaast zorgen hervormingen ervoor dat steeds meer kinderen onderwijs kunnen genieten waar ze ook over de evolutietheorie leren. Ten slotte beschouwt men de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog als het gevolg van een goddeloze moraal die steunt op het recht van de sterkste.

Deze factoren dragen bij tot het ontstaan van een fundamentalistische, creationistische en anti-evolutionaire beweging die in de jaren twintig van de vorige eeuw haar hoogtepunt kende. Drie zuidelijke Amerikaanse staten voerden een wet in die leerkrachten verbood kinderen te leren over de evolutie van de mens. Omdat uitgeverijen geld voor hun eieren kozen, verdween de evolutietheorie geleidelijk uit de Amerikaanse schoolboeken. Zowat vijfentwintig jaar later werd de theorie in ere hersteld, maar creationisten blijven tot vandaag strijd voeren tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Ondertussen evolueerde ook het creationisme: waar de meeste anti-evolutionisten uit de jaren 1920 zich nog kunnen verzoenen met het concept van een oude Aarde, aanvaarden creationisten vandaag veelal een Aarde van zes- tot tienduizend jaar. De meest recente creationistische mutatie is de Intelligent Design-beweging, die beweert dat je op wetenschappelijke wijze het bestaan van ontwerp in de wereld kan vaststellen. Om zo wetenschappelijk mogelijk over te komen, proberen de verdedigers van deze ontwerptheorie zich niet expliciet uit te spreken over wie de ontwerper is. Het is evenwel duidelijk dat de meesten onder hen hem identificeren met de christelijke god.

Omdat het creationisme vooral een Amerikaans fenomeen is, zijn de meeste boeken in het Engels geschreven. Wie meer wil leren over de geschiedenis van het creationisme kan terecht bij de klassieker The creationists: From scientific creationism to Intelligent Design (Harvard University Press, 2006) van Ronald L. Numbers. Een kritische analyse van de Intelligent Designbeweging lees je in Creationism's Trojan horse: The Wedge of Intelligent Design (Oxford University Press, 2007) van Paul R. Gross en Barbara Forrest. Andere kritische boeken zijn onder andere Robert Pennock's Tower of Babel: The Evidence against the new creationism (MIT Press, 1999) en Denying evolution: Creationism, scientism and the nature of science (Sinauer, 2002) van Massimo Pigliucci. In Vlaanderen schreef Geert Lernout over het Amerikaanse fundamentalisme en creationisme, met name in 'In den beginne': van Adam & Eva tot Intelligent Design (Meulenhoff, 2007) en in Jezus in Amerika: een wereldmacht en haar religie (De Bezige Bij, 2011). Johan Braeckman en ikzelf beschrijven de geschiedenis van het Amerikaanse creationisme in 'You can't make a monkey out of me'. Over het creationisme, van het apenproces tot Intelligent Design, dat verscheen in Christendom en filosofie (Academia Press, 2014), samengesteld door Danny Praet en Nel Grillaert. Over het creationisme in Europa verscheen onlangs Creationism in Europe (Johns Hopkins University Press, 2014), samengesteld door Hans Henrik Hjermitslev, Peter C. Kjærgaard en mezelf.

5. De plaats van religie in de moraliteit, de maatschappij en het onderwijs

Het creationisme is natuurlijk meer dan enkel een anti-evolutionaire beweging. Het staat ook voor een radicale conservatieve visie op mens en natuur. In plaats van rechten kennen creationisten enkel Gods wet: daaruit leiden ze af dat homoseksualiteit des duivels is, dat vrouwen aan de haard horen en dat we met abortus en euthanasie gevaarlijk voor god spelen. De Intelligent Designbeweging streeft expliciet naar een Amerikaanse cultuur waarin de erkenning voor de "ontwerper" een centrale plaats krijgt. Hierbij krijgt ze financiële steun van groeperingen die ijveren voor een theocratie waarin de tien geboden als de basis voor het rechtssysteem dienen. In Vlaanderen zijn we evenwel het meest vertrouwd met Islamitische fundamentalisten, die soms zeer wreedaardig en schokkend te werk gaan om hun droom van de invoering van de Sharia kracht bij zetten. Nu moslimjongeren uit Belgische steden naar Syrië trekken om er te strijden voor het kalifaat en vervolgens aanslagen plegen in Brussel en Parijs, trekt het moslimfundamentalisme meer dan ooit de aandacht. Zo stelde Patrick Loobuyck een bundel samen over het fenomeen van de IS-strijders, De lokroep van IS. Syriëstrijders en (de)radicalisering (Pelckmans, 2015). Uiteraard koesteren de meeste gelovigen in het Westen meer gematigde opvattingen over religie en maatschappij, maar toch blijft religie ook in een geseculariseerde regio als Vlaanderen een belangrijke rol spelen.

Het onderwijs is nog grotendeels in katholieke handen, één van de grootse Vlaamse partijen noemt zich nog steeds christelijk, het Belgische koningshuis toont zich verbonden met de katholieke kerk enz. Vrijzinnigen stellen zich dan ook vragen bij welke plaats religie in de maatschappij inneemt. Deze vragen zijn zowel filosofisch als praktisch van aard. Kan religie van enige betekenis zijn voor onze gedeelde moraal? In welke mate kunnen we in kwesties zoals abortus en euthanasie rekening houden met religieuze gevoeligheden? Kan religie een invloed uitoefenen op de invulling van het rechtssysteem? In hoeverre moet en kan de staat neutraal zijn? Mogen ambtenaren (dus ook rechters, leraren enz.) in functie hun geloof uitdrukken door hun kledij, een sieraad of een hoofddeksel? Op welke manier vullen we de vrijheid van godsdienst in?

Binnen de vrijzinnigheid krijgen deze vragen vaak een antwoord in termen van het actief pluralisme. Dit houdt in dat men andersdenkenden niet enkel tolereert, maar dat men via interculturele, interreligieuze dialoog op zoek gaat naar het waardevolle in elkanders filosofische en religieuze opvattingen. Dit proces zou uiteindelijk moeten resulteren in een maatschappij die niet levensbeschouwelijk steriel is, maar juist aan rijkdom wint door de culturele interactie. Het concept van het actief pluralisme kan natuurlijk verschillende invullingen krijgen en laat veel ruimte voor discussie. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs: betekent dit dat de Staat het onderricht in de belangrijkste levensbeschouwingen en religies financieel dient te ondersteunen? Of ijveren we beter voor een vak waarin al deze overtuigingen aan bod komen? Andere vrijzinnige denkers menen dat we ons beter niet teveel focussen op de diversiteit maar op wat ons verbindt of zou moeten verbinden.

Wie verder wil lezen over het actief pluralisme raad ik aan om online het dossier van het HVV over dit thema te raadplegen.5 De referenties die hierin vermeld staan kunnen je al een heel eind op weg helpen, maar je kan je zeker ook wenden tot de volgende werken: De seculiere samenleving. Over religie, atheïsme en democratie (Houtekiet, 2013) van Patrick Loobuyck, Atheïsme als basis voor de moraal (Houtekiet, 2013) van Dirk Verhofstadt en, in het Engels, The secular outlook: In defense of moral and political secularism (Wiley-Blackwell, 2010) door Paul Cliteur.

6. Atheïsme en goddeloze spiritualiteit

Een vrijzinnige kijk op levensbeschouwing houdt natuurlijk meer in dan een bepaalde, vaak negatieve houding ten opzichte van religies. Het biedt zelf ook een positieve boodschap over hoe mensen hun leven betekenis kunnen geven. De idee dat de mens geen beroep kan doen op of verantwoording dient af te leggen aan hogere krachten, maar enkel op zichzelf aangewezen is binnen een eindeloos universum stemt ons tot nederigheid. Tegelijkertijd stimuleert het ons om ons leven zelf vorm te geven en op een zo een goed mogelijke manier bij te dragen tot het leven van de anderen. Dat mensen daarbij fouten maken staat buiten kijf. Belangrijk is dat we onze beperkingen niet alleen erkennen, maar ook centraal plaatsen, zowel in de manier waarop we met elkaar omgaan, onze maatschappij inrichten, als onze kennis verwerven. Daarom leveren democratie en wetenschap een belangrijke bijdrage tot een vrijzinnig mens- en wereldbeeld.

Binnen deze systemen ligt niks voor eeuwig en altijd vast, telkens kunnen we de oplossingen die we op een bepaald moment hebben in vraag stellen. Net de fundamentele twijfel maakt deze systemen superieur: democratie is beter dan het totalitarisme of de theocratie, wetenschap overtreft magie of sjamanisme. De verwondering over de ander en de wereld inspireert, en motiveert ons om het steeds beter te doen, steeds beter te kennen. In die zin spreken sommigen zelfs over een vrijzinnige spiritualiteit. Veel van de werken die ik hierboven heb vermeld, bevatten naast een kritische benadering van religie ook een dergelijke positieve boodschap. Leo Apostels Atheïstische spiritualiteit (VUBPress, 1998) mag hier niet ontbreken. Daarnaast kan je onder meer inspiratie vinden in De kunst buiten het zelf te treden: naar een spiritueel atheïsme (VUBPress, 2008) van Gily Coene en De vrolijke atheïst (Houtekiet, 2012) door Jean Paul Van Bendegem.

Voetnoten

  1. www.home-academy.nl/products/een-geschiedenis-van-jezus-christus.
  2. www.csct.ugent.be.
  3. www.biblegateway.com/passage/?search=Romeinen+1%3A20&version=HTB (geraadpleegd op 5 april 2016).
  4. www.etiennevermeersch.be/artikels/godsdienst-religie/kort-vertoog-over-de-god-van-het-christendom.
  5. www.h-vv.be/docs/dossier-actief-pluralisme.pdf.

Verwijzen naar dit artikel kan als volgt: Blancke Stefaan, Religies, sekten en levensbeschouwingen, in Onderzoeksgids voor de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen, Brussel, Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, 2018, www.cavavub.be/nl/onderzoeksgids-blancke (laatst geüpdatet op 27 maart 2018).