Foto van een onderzoeker

onderzoek

Laudatio uitgesproken door prof. dr. J. Geluck

FACULTEIT VAN DE ECONOMISCHE,
SOCIALE EN POLITIEKE WETENSCHAPPEN

Laudatio van Prof. Dr. J. Pen,
door Prof. Dr. J. Geluck,
Decaan van de Faculteit

Professor Pen studeerde economie aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam en promoveerde er in 1950. Nadat hij enige tijd werkzaam geweest was op het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken werd hij in 1956 benoemd tot professor te Groningen.

Zijn belangrijkste theoretisch werk heeft betrekking op de collectieve loononderhandelingen. Het zou onbegonnen werk zijn de hierin ontwikkelde theorie in een paar zinnen samen te vatten en aan te tonen met welke zorg al de moeilijkheden die dit geval van bilateraal monopolie biedt werden bestudeerd. Het moet volstaan te zeggen dat hier het mechanisme wordt geschetst waardoor de onderhandelaars van de vakbond en van de werkgeversorganisatie, die aan de onderhandelingstafel plaats nemen met verschillende en soms ver uit elkaar liggen de voorstellingen over het voor hen optimale loon dat zij in de collectieve overeenkomst zouden willen zien opnemen, er toe gebracht worden, onder druk van het risico een conflict uit te lokken, uiteindelijk een akkoord af te sluiten over een voor beiden aanvaardbaar loonniveau.

Het gaat hier om een poging de factoren te systematiseren die tot een overeenkomst leiden, waarbij aan de theoriebouw een beschrijvende, misschien ietwat bescheiden, maar daarom niet minder nuttige functie wordt toebedacht.

Van bij het verschijnen van de Engelse editie van het boek verklaarde Shackle dat dit één van de briljantste en mooiste stukken theoretische analyse was welke sedert vele jaren waren verschenen en voorspelde hij dat, indien er enige rechtvaardigheid heerst in de wereld, dit werk zijn plaatst zou bekomen onder de klassieken. Deze voorspelling werd ruim bewaarheid: de theorie van Pen vindt men tegenwoordig in alle handboeken over loonvorming terug.

Een ander werk, van zeer recente datum en gewijd aan de inkomensverdeling vond eveneens een grote weerklank. Ook hierin bekleedt de theorie een zeer belangrijke plaats, al is de benadering helemaal anders en wordt aandacht besteed aan door empirisch onderzoek te controleren stellingen.

Maar de verdiensten van Prof. Pen ten overstaan van de economische wetenschap zijn niet beperkt tot zijn originele theoretische bijdragen. Hij heeft zich ook voortdurend ingespannen om een ruimer publiek een dieper inzicht in dit vak bij te brengen en ook niet geaarzeld, telkens hij het nodig oordeelde, het te verdedigen tegen onrijpe kritiek. Dank zij zijn sterk persoonlijk, kernachtige, geestige stijl heeft hij een aantal bestsellers op het gebied van de dismal science op de markt weten te brengen. Het bekendste is “Moderne economie”, een ideale, korte, zeer klare inleiding tot de macro-economie. Van dit boek verscheen vorig jaar de 16e druk in het Nederlands, terwijl het ook in het Engels, het Portugees, het Zweeds, het Japans en het Pools werd vertaald. Andere werken, zoals “Het aardige van de economie” en “Harmonie en conflict” hebben eveneens een zeer groot succes gekend.

Ter verdediging van de economische wetenschap tegen de meestal weinig gefundeerd en onvoldoende geïnformeerde kritiek aarzelt Pen niet, bij gelegenheid een “canular” te lanceren. Onlangs verscheen in een bekend Nederlands literair periodiek een “niet-burgerlijke kritiek op de economie”. De auteur heette een zekere J. Velmer te zijn “die een tijdje psychologie en sociologie studeerde en thans in het vormingswerk zit”. Galbraith werd daar afgeschilderd als een soort dollar-sociaal-democraat die zelf profiteert van het systeem, “Harmonie en conflict” van Pen als een reklamefolder voor ondernemingsgewijze productie. Uiteindelijk is gebleken dat Pen zelf deze weinig wetenschappelijke en zelfs weinig zinnige kritiek “uit de sociale hoek” – blijkbaar zonder al te veel moeite – in een serieus tijdschrift had weten te plaatsen.

Sedert jaren volgt Prof. Pen het economisch, vooral het sociaal-economisch gebeuren van zeer nabij, hetzij als een critische, wetenschappelijke observator die de theorie aan de praktijk heeft getoetst in een lange reeks tijdschriftartikelen, hetzij als een gezaghebbend lid van nationale en internationale commissies. leder artikel, elk rapport draagt onmiskenbaar de stempel van zijn persoonlijkheid: pragmatisch, eclectisch, ietwat sceptisch, ondogmatisch, zoniet anti-autoritair.

Collega Pen, U bent gedurende enkele jaren professor geweest aan deze universiteit. U hebt in de beginperiode, toen de eerste Nederlandse cursussen in onze faculteit werden georganiseerd, bijgedragen om het onderwijs hier onmiddellijk op een hoog wetenschappelijk niveau te brengen en aldus medegewerkt aan de uitstraling. Ook toen het U niet meer mogelijk was hier verder te doceren hebben wij nog verschillende malen op uw raad en hulp een beroep mogen doen. Wij hopen dat het doctoraat honoris causa dat U vandaag wordt toegekend de band die U toch al zo lang met deze universiteit bindt nog zal verstevigen en dat wij U hier voortaan dikwijls zullen ontmoeten.