Gily Coene & Frank Scheelings — Inleiding: Op zoek naar de evolutie van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog

Literatuuroverzicht over de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in België

Over de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in België is er wel wat gepubliceerd. De bibliografie is in het laatste kwart van de 20ste eeuw gestimuleerd door de activiteiten van de vorsers van een aantal universiteiten. Het Institut d’histoire du Christianisme aan de Université Libre de Bruxelles toont sedert 1965 een levendige belangstelling om de geschiedenis van het christendom te bekijken vanuit een vrijzinnige hoek.1 De onderzoekers van het Centrum voor de studie van de Verlichting (gevestigd aan de VUB) zijn in de jaren 1980 en 1990 sterk geïnteresseerd in de geschiedenis van de vrijzinnigheid.2

De instellingen van de georganiseerde vrijzinnigheid – het Centre d’Action Laïque (°1969) en langs Vlaamse kant Unie van Vrijzinnige Verenigingen (°1971; huidige naam deMens.nu) – of ook het Humanistisch Verbond (°1951), nu de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) zijn altijd sterker bezig geweest met hun hoofdopdracht, het uitdragen van de levensbeschouwing, dan met de geschiedenis. Toch zijn dit soort verenigingen er altijd in geïnteresseerd en ondersteunen ze vaak acties daaromtrent. Het Willems- en Vermeylenfonds bijvoorbeeld hebben in hun bestaan heel wat interesse getoond voor de geschiedenis van de vrijzinnigheid. Daarnaast ontstaat in 1986 het Vrijzinnig Studie- Archief- en Documentatiecentrum ‘Karel Cuypers’. Het is de voorganger van CAVA (Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven), het verzamelt documentatie en archieven over de geschiedenis van de vrijzinnigheid en het geeft in de eerste jaren na haar ontstaan eveneens enkele publicaties uit over prominente vrijzinnigen.3 De publicaties die verschijnen over de geschiedenis maken echter slechts een klein deel uit van de totale tekstproductie over de vrijzinnige levensbeschouwing. Artikels en boeken over de vrijzinnige levensbeschouwing zelf en de maatschappelijke standpunten die de georganiseerde vrijzinnigheid inneemt, zijn ver in de meerderheid. Ook zijn er studies over liberale of socialistische politieke figuren, partijen en instellingen. Hier heeft het onderzoek zich sterk op gericht. Deze kunnen zich mogelijk als vrijzinnig geprofileerd hebben, maar moeilijk als spreekbuis voor de vrijzinnige beweging beschouwd worden. De zoekmachines van de archieven leveren veel antwoorden als de gebruiker zoekt op politieke termen. Wie met trefwoorden als vrijzinnigheid naar bronnen zoekt, zal niet veel vinden.4

Els Witte wijdt als één van de eersten een studie aan de vrijdenkers van de tweede helft van de 19de eeuw tot de Eerste Wereldoorlog.5 Het artikel wordt in 1979 gevolgd door H. Dethier en H. Vandenbossche, Woordenboek van Belgische en Nederlandse Vrijdenkers I, Brussel, 1979.6 In 1979 stelt Hervé Hasquin een uitgebreide Franstalige verzamelbundel samen.7 Het besef dat de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in deze periode van toenemende secularisering een belangrijk maar te weinig belicht terrein is, groeit door deze publicaties. Maar ook door andere factoren. Er ontstaat onder invloed van de oecumenische beweging een toenemende belangstelling vanuit katholieke hoek voor de geschiedenis van de vrijzinnigheid.8 Bovendien toont het overweldigende succes van de tentoonstelling 1789-1989: 200 jaar vrijzinnigheid in België, waarvan de catalogus werd bijeen geschreven door een keur van auteurs, een grote behoefte aan.9

Om in die behoefte te voorzien zijn er inspanningen gedaan. Het bekendst is zeker het boek van Jeffrey Tyssens en Els Witte, De vrijzinnige traditie in België: van getolereerde tegencultuur tot erkende levensbeschouwing, VUBPress, Brussel, 1996 (1ste editie), 1998 (2de editie). Datzelfde jaar verschijnt opnieuw een Franstalige verzamelbundel, Libre pensée et pensée libre. Combats et débats, die diverse problematieken behandelt en enkele lokale geschiedenissen over de vrijzinnigheid belicht.10 Een mijlpaal is bovendien de Dictionnaire historique de la Laïcité en Belgique (onder leiding van P. Defosse) in 2005.11 Ook een eerste overzicht van de bronnen en literatuur voor de geschiedenis van de vrijzinnigheid door J. Tyssens in de bekende Bronnen voor de studie van het hedendaagse België vult een leemte.12

Er verschijnen in diezelfde periode en later uiteraard diverse artikels die een onderwerp behandelen uit de geschiedenis van de vrijzinnigheid. Historische werken of artikels over de verhouding tussen de politieke klassen en de rol van de vrijzinnigheid daarin of over de structuren,13 over abortus,14 over euthanasie,15 verschillende werken over de schoolstrijd,16 studies die de positie van de vrouw in de vrijzinnigheid raken,17 een aantal artikels over secularisering (vaak ook in de hierboven aangehaalde werken door al eerder geciteerde auteurs),18 enz. Tegelijk verschijnt er nog te weinig over sommige andere onderwerpen, bijvoorbeeld over de veranderende visie van de vrijzinnigen op de kolonisatie. Dit zijn slechts enkele voorbeelden; we kunnen niet exhaustief zijn en we laten bewust de geschiedenis van de vrijmetselarij, waar zeer veel literatuur over verschenen is, buiten beschouwing. Daarvoor kan verwezen worden naar het hierboven geciteerde artikel van J. Tyssens (2017) en naar een recent boek van J. Koppen.19

Literatuur over de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in Vlaanderen

Voor Vlaanderen zijn er maar weinig studies over de geschiedenis van de vrijzinnigheid. Het is ook een zeer ruim begrip, want het omvat zowel de zogenoemde georganiseerde vrijzinnigheid, waarbinnen nog diverse bewegingen te situeren zijn, als de levensbeschouwing en haar ideeëngoed. Er zijn opnieuw wel een aantal publicaties waarin vrijzinnigen standpunten innemen over problematieken die in een bepaalde periode belangrijk zijn.20 Maar historische werken, die beschrijven hoe de vrijzinnigheid in Vlaanderen evolueerde, die trachten te verklaren en die ten slotte evalueren, zijn zeldzaam. We beschikken over enkele meer institutioneel gerichte studies21 en enkele verhandelingen waarin de institutionele geschiedenis van de georganiseerde vrijzinnigheid aan bod komt.22 Uiteraard zijn er ook wat lokale geschiedenissen.23 Maar thematisch is er zeer weinig, op enkele uitzonderingen na.24 De Belgische focus in de literatuur over de geschiedenis van de vrijzinnigheid is dus wel aanwezig, maar de Vlaamse focus ontbreekt bijna geheel en dat is een lacune. Dat is weliswaar historisch verklaarbaar: de voortschrijdende federalisering is een relatief recent fenomeen en daardoor ligt de focus van de historicus nog gemakkelijker op België dan op Vlaanderen. Maar in die Belgische focus valt wel op dat de ontwikkeling van de vrijzinnigheid in Wallonië en Vlaanderen grote verschillen vertoont. Waar in Wallonië de socialisten en liberalen na de Eerste Wereldoorlog in de meerderheid zijn25 en het vrije denken dus mainstream is, is in Vlaanderen het tegenovergestelde het geval.

Tot in het begin van de jaren 1970 gaat meer dan de helft van de Vlamingen naar de kerk.26 Getuigenissen van de jaren 1950 en 1960 waarbij vrijzinnige groepen of personen in Vlaanderen zich in een underdog positie bevinden en in gemeentes gestigmatiseerd worden, zijn legio. Deze zwakke maatschappelijke positie van de Vlaamse vrijzinnigen heeft onmiskenbaar een invloed gehad op de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing. In Wallonië lag dat volledig anders. Hoe deze verhoudingen van invloed geweest zijn op de secularisering, op het vrije denken enz. zou comparatief moeten worden onderzocht. De invloed van deze socioculturele verschillen bij de gemeenschappen werden op sociaal, economisch en politiek vlak in het Belgische geheel genivelleerd. Pas met de opkomst van de politiek-institutionele zelfstandige gemeenschappen en gewesten kunnen de verschillende culturele en levensbeschouwelijke keuzes in de gewesten politiek tot uiting komen. Het Cultuurpact van 1972, waarin gestipuleerd wordt dat diverse ideologische en filosofische strekkingen bij het Vlaamse cultuurbeleid betrokken moeten worden, is een eerste belangrijke mijlpaal.

Een andere verklaring waarom de geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen niet zo veel aandacht heeft gehad, is de vraag naar de impact die historici zich voortdurend stellen. Telkens als er belangrijke problematieken voor vrijzinnig humanisten opduiken in de maatschappij, dienen die vertaald te worden naar partijen, lobbygroepen enz., die de oplossingen voor deze problematieken al dan niet omzetten in wet- en regelgeving. Omdat de vrijzinnigen verdeeld zijn over de partijen (de socialistische, de liberale, de groene, en – zij het in mindere mate – de Vlaams-nationalistische partijen) treedt niet de levensbeschouwing, maar wel de politieke kleur voor het voetlicht. Van de instellingen van de georganiseerde vrijzinnigheid is het bovendien niet zeker dat ze ook de mening van de geseculariseerde leek vertegenwoordigen. Daardoor is het verleidelijk om de partijhoudingen te bestuderen en te analyseren, eerder dan de standpunten van de georganiseerde vrijzinnigheid, omdat de impact daarvan moeilijk meetbaar is.

In de tweede helft van de 20ste eeuw gaat de secularisering van de samenleving alsmaar verder.27 De jaren 1990 vormen daarin een opvallend kantelpunt. Sedert de nineties haalt de vrijzinnige levensbeschouwing steeds meer slagen binnen. Op het gebied van abortus, patiëntenrechten en euthanasie, uitbouw van de levensbeschouwelijke zorg met de Centra voor Morele Dienstverlening, democratie en openbaarheid van bestuur, homohuwelijk enz. komt regelgeving tot stand waar de vrijzinnige gemeenschap lang voor gepleit heeft. De erkenning van CAVA (Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven) als landelijk archief door de Vlaamse overheid eind 2015 past mee in dat rijtje: het is ook een erkenning van de plaats die de vrijzinnige levensbeschouwing als beweging in de Vlaamse geschiedenis inneemt. Desalniettemin ondervindt de georganiseerde vrijzinnigheid zelf momenteel enige druk, getuige het verdwijnen van de radio- en televisiezendtijd in januari 2016. De door de overheid georganiseerde steun aan de levensbeschouwingen wordt in de geseculariseerde en diversifiërende maatschappij minder evident.

Het is dus dringend nodig om de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen te onderzoeken. Dringend, want de geschiedenis van de georganiseerde vrijzinnigheid begint na de Tweede Wereldoorlog, met de oprichting van het Humanistisch Verbond in 1951. De getuigen van toen zijn er binnenkort niet meer. We moeten hun getuigenissen optekenen. Van de underdog worden de archieven moeizamer bewaard dan van de heerser; archieven representeren nu eenmaal machtsverhoudingen. Tegelijk is het interessant om de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in Vlaanderen te onderzoeken, omdat ze de voortschrijdende secularisering illustreert. Ondanks de underdogpositie haalt ze rond de millenniumwissel haar slagen thuis. Daarnaast is het interessant om breder te kijken en de invloed van levensbeschouwingen op een maatschappij als de onze, die steeds meer het karakter krijgt van een multiculturele en pluralistische maatschappij, te bestuderen. Recente tragische evenementen hebben duidelijk gemaakt dat ook de actuele geschiedenis van andere levensbeschouwingen in België, in Vlaanderen en in Brussel onderzocht moet worden. Zo kunnen we een beeld krijgen dat genuanceerd is, dat ons toelaat om de huidige en toekomstige situatie in te schatten en de juiste beleidsbeslissingen te nemen om de democratie te laten voortbestaan en te versterken.

Het onderzoeksbeleid van CAVA

In 2012 gaat het Vrijzinnig Studie-, Archief- en Documentatiecentrum ‘Karel Cuypers’ op in CAVA en vanaf dan zet CAVA de taken van het centrum verder. Deze taken omvatten de verwerving, het beheer, het behoud, het onderzoek en de ontsluiting van het analoge en digitale materiële en immateriële cultureel erfgoed van de Nederlandstalige vrijzinnig-humanistische organisaties en persoonlijkheden in Vlaanderen en Brussel. CAVA doet dat omdat dit erfgoed belangrijk is voor het streven naar een democratische en pluralistische samenleving, waar Vrij Onderzoek en humanistische waarden centraal staan.

In 2012, bij het concipiëren van CAVA, wordt snel duidelijk dat het onderzoek naar de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in Vlaanderen een aantal hiaten vertoont. Tegelijk merkt het Centrum enthousiasme op bij onderzoekers, bij de instellingen van de georganiseerde vrijzinnigheid, bij andere bestaande erfgoedinstellingen, die eveneens bronnen van de vrijzinnigheid bewaren en bij individuele vrijzinnig humanisten, om op zoek te gaan naar het te weinig gekende verleden. Om hierop in te spelen wordt een beleid geformuleerd dat het stimuleren van onderzoek, het maken van onderzoeksinstrumenten, het uitvoeren van onderzoek en het bekendmaken van onderzoek van anderen en van CAVA zelf omvat. De Wetenschappelijke Raad wordt nieuw leven ingeblazen. Er worden seminaries en workshops gepland en er wordt samenwerking gezocht met de onderzoeks- en onderwijsomgeving van de VUB en van andere universiteiten, met de vrijzinnige archiefvormers en met erfgoedcentra die gelijkaardig erfgoed bewaren.28

Dit alles resulteert in een projectaanvraag bij het departement Kunsten en Erfgoed, met als titel: ‘Een vrijzinnig-humanistisch cultureel erfgoedforum voor Vlaanderen.’ Het drie jaar durende project voorziet in het verwerven van mondelinge bronnen door verhalenavonden en interviews, in een onderzoeksgids voor vrijzinnig erfgoed (in eerste instantie erfgoedgids genoemd), in een ruime verwervings- en inventarisatieactie, in vorming van de archiefvormers, in valorisatiemomenten en ten slotte ook in een basishandvest voor dienstverlening voor de archiefvormers. Het geheel moet toelaten om de archieven en het erfgoed van de vrijzinnige levensbeschouwing te redden en het archief- en erfgoedbeheer ervan in Vlaanderen naar een hoger niveau te tillen. Dankzij de goedkeuring van het project door het Ministerie van Cultuur kan CAVA enerzijds het project uitvoeren en projectmedewerkers aanstellen (J. Koppen en L. Dejonghe, voor een deelproject ook S. Vanobbergen) en anderzijds een kwaliteitslabel halen als erkend cultureel archief. In 2015 wordt een beleidsdossier ingediend dat CAVA uiteindelijk de status van gesubsidieerd landelijk archief bezorgt.

De onderzoeksgids voor de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in Vlaanderen

Eén van de belangrijkste, moeilijkste en meest omvangrijke delen van het project is ongetwijfeld de onderzoeksgids voor de geschiedenis van de vrijzinnige levensbeschouwing in Vlaanderen, in de werkfase ‘erfgoedgids’ genoemd. De term ‘erfgoedgids’ bestaat eigenlijk niet in het vakjargon, maar ze is afgeleid van de term ‘archiefgids’, die wel duidelijk omschreven wordt. “Een archiefgids is een uiteenzetting betreffende de gebruiksmogelijkheden van de archieven en collecties voor een bepaald type onderzoek.”29 In een archiefgids staan het thema van het onderzoek en de onderzoeksvraag dus centraal. Eens die bepaald zijn, stelt de gids de bronnen voor waarmee dit onderzoek gedaan kan worden, daarbij eventueel duidend op specifieke informatie die zich in de bronnen bevindt.30 Een archiefgids dient dus altijd om het beschrijvende niveau van bijvoorbeeld een archiefinventaris te overstijgen en de gebruiksmogelijkheden van een archief in de verf te zetten. Er zijn echter grote verschillen tussen archiefgidsen. Bij veel archiefgidsen ligt de nadruk eerder op de archiefvormers, op de archieven zelf en op de broncommentaren, dan op het thema. De redactie wil echter een gids maken op macroniveau, een Vlaams landelijk niveau, waarbij het uitgangspunt de te onderzoeken thema’s zijn, waarvoor de juiste archieven en archiefbewaarplaatsen worden aangedragen. Daarbij zoekt ze niet alleen archieven, maar ook ruimer relevant erfgoed aan te dragen voor de onderzoeksthema’s. Dat materiële erfgoed bestaat uit objecten. Maar het vrijzinnig-humanistisch erfgoed is voor een groot deel immaterieel. Het bestaat vooral uit ideeëngoed en daaruit voortspruitend uit een aantal relatief recente tradities, bijvoorbeeld de feesten van de vrijzinnige jeugd.

De opbouw van de gids wordt dan uiteindelijk als volgt bepaald:

  1. Inleiding met methodologie en verantwoording
  2. Een overzichtsartikel over de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog
  3. De situering van de archiefinstellingen die vrijzinnig erfgoed bewaren
  4. Oplijsting van archieven van vrijzinnige instellingen, verenigingen en personen die bewaard worden in de archiefinstellingen, via fiches, die extra context over die archieven bevatten
  5. Artikels over specifieke onderzoeksthema’s

De redactie schrijft de inleiding en methodologie en J. Koppen neemt het overzichtsartikel over de geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen sedert de Tweede Wereldoorlog voor zijn rekening. De andere archiefinstellingen die vrijzinnig erfgoed bewaren, maken zelf een tekst om zich te situeren. De oplijsting van archieven van vrijzinnige instellingen gebeurt door de medewerkers van elke archiefinstelling afzonderlijk, maar de verwerking van de fiches wordt gecoördineerd door Lisa Dejonghe. Het gros van de archieven bevindt zich bij CAVA. Op de lijst staan, alles samen, momenteel archieven van 120 instellingen en verenigingen en van 34 personen. De lijst zal in de toekomst nog verder aangroeien, omdat CAVA de vrijzinnige archieven systematisch in kaart brengt. Van elk archief(bestand) is een fiche gemaakt. Deze is in hoofdzaak gebaseerd op de internationale archiefstandaarden ISAD(G) en ISAAR(CPF).31 Elke fiche geeft de naam van de archiefvormende instantie of persoon, oprichtings- en einddatum, de rechtsvorm, het profiel, de geografische actieradius, de relaties (voorgangers en opvolgers), de bewaarplaats, de omvang van het archief, de inhoud ervan met de link naar de catalogus in de bewaarinstelling, tijdschriften en monografieën die de archiefvormende instelling uitgaf, de mogelijkheden die het archief biedt voor onderzoek, en de archieven die om de één of andere reden een link bevatten met het desbetreffende archief. De fiches vormen dus een cruciaal onderdeel van de onderzoeksgids.

De uitwerking van de punten 1-4 van de onderzoeksgids is dus relatief vlot verlopen. Punt 5, de artikels over de thema’s voor de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme, kent een hobbeliger parcours. Een dergelijke gids opstellen voor een zestigtal thema’s die interessant zijn voor die geschiedenis is immers een ondoenbare onderneming. De idee om volledig te zijn is daarom nooit in overweging genomen. Het is in dat geval een beter idee om een aantal relevante, belangrijke thema’s te selecteren. J. Koppen en F. Scheelings brengen daarom in 2014 een eerste voorstel voor de Wetenschappelijke Raad van CAVA, waaruit na verschillende aanpassingen een twintigtal thema’s zijn weerhouden.

Een extra probleem betrof de keuze van de auteurs. Uiteraard vergt een dergelijke gids de inbreng van specialisten. Momenteel zijn echter te weinig historici bezig met de geschiedenis van de Vlaamse vrijzinnigheid. Gelukkig zijn er heel wat specialisten uit andere wetenschappelijke disciplines. Daarom werd de groep auteurs niet beperkt tot louter historici. Dat heeft een lichte invloed gehad op de aard van de artikels, hoewel in de bundel de historische invalshoek overheerst.

Aan de auteurs wordt gevraagd om elk thema volgens een vooraf bepaald sjabloon te behandelen.

  1. Een definiëring van het begrip: Wat is het? Hoe wordt het thema omschreven? Wanneer duikt het voor het eerst op en in welke context? Waarom is dit vanuit vrijzinnig-humanistisch perspectief interessant en/of belangrijk?
  2. Wat is de geschiedenis van dit thema in vogelvlucht? Daarbij was het niet de bedoeling om de volledige geschiedenis van bv. de euthanasiekwestie te geven, maar wel de grote kantelmomenten en/of breukmomenten te belichten, de personen en organisaties te vermelden die hierin actief waren, enz.
  3. Wat is de stand van het onderzoek over dit thema? Welke overzichtswerken en/of detailstudies zijn raadpleegbaar? In welke context is dit onderzoek gebeurd?
  4. Methodologie en bronnen: Wat zijn de belangrijkste bronnen? Zijn zij beschikbaar/toegankelijk? Hoe kan dit thema methodologisch worden benaderd? Waar moet de onderzoeker rekening mee houden, bv. met specifiek vakjargon, valkuilen, enz.?
  5. Bronnencommentaar: historische situering, administratieve ontstaansgeschiedenis, kritische opmerkingen.
  6. Bestaat er iconografisch en/of audiovisueel materiaal over dit thema? Als iemand bv. een tentoonstelling of reportage over dit thema wil maken, wat zijn dan de mogelijkheden?
  7. Wat zijn de grote lacunes in de kennis over dit thema? Zijn er specifieke suggesties voor onderzoek of valoriserende initiatieven?

Niet elke auteur heeft het sjabloon op dezelfde manier geïnterpreteerd en gevolgd. Omdat het een archivistisch begrip is, was het concept ‘archiefgids’ voor veel auteurs ook niet bekend. De meeste auteurs besteedden aandacht aan de eerste drie punten. Punten 4-6 werden daarom door de redactie samengenomen in haar commentaren voor herwerking. De redactie heeft soms uitgebreide aanbevelingen gedaan op die laatste punten. Ook na de suggesties bleef de bespreking van de bronnen in een aantal artikels op een vrij algemeen niveau. Daarom werd erop gelet dat in de fiches die aan de basis liggen van de lijst van archieven van vrijzinnige instellingen, verenigingen en personen die bewaard worden in de archiefinstellingen extra informatie over het gebruik van de archieven en van speciale bronnenreeksen werd opgenomen.

De realisatie van de onderzoeksgids op de website en de andere publicaties

Hoewel het de bedoeling was om een papieren versie van de onderzoeksgids uit te brengen, adviseerde het Ministerie van Cultuur als subsidiegever om een onlineversie te publiceren. Deze heeft inderdaad het voordeel dat hij gemakkelijk actualiseerbaar is, wat vooral voor de onderzoeksinformatie (de hierboven genoemde fiches) zeer belangrijk is. Bovendien is hierdoor een directe link naar bronnen en naar de webbevraagbare catalogi en inventarisatiesystemen van de oorspronkelijke partnerarchieven (ADVN, Amsab-ISG, Liberaal Archief en het Universiteitsarchief van de UGent) en de eigen catalogus mogelijk. Zo kan de onderzoeker gemakkelijk en snel zoeken. De idee van een papieren versie werd dus met spijt weer verlaten. De impact van websiteliteratuur is immers minder groot dan die van een boek. Van veel oudere vrijzinnigen kan verwacht worden dat ze het boek lezen, maar niet dat ze gaan zoeken op een website. Na het binnenkomen van de artikels bleek echter dat uit het geheel een interessante reader kon worden gedistilleerd: een boek dat doorheen diverse thema’s een stand van zaken geeft over de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen. Dit is, zoals we hierboven aantoonden, van belang om tegemoet te komen aan de leemte in de literatuur en de vraag die de vrijzinnige gemeenschap heeft naar de geschiedenis. HVV werd bereid gevonden om deze publicatie grotendeels te financieren. Aldus werden 15 artikels geselecteerd en kwam het boek Op zoek… De evolutie van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog tot stand. Hierbij moet de lezer in gedachten houden dat de artikels zijn geschreven om haar/hem aan te zetten tot onderzoek. Zoals we hierboven uiteenzetten, pretenderen de artikels niet de geschiedenis van elk thema exhaustief te behandelen.

Twee van de ingeleverde artikels voor de gids hebben we besloten apart te publiceren. Het betreft de artikels van G. Cornelis, ‘Wat is vrijzinnigheid’ en S. Blancke, ‘Religies, sekten en levensbeschouwingen’. Ze zijn wezenlijk verschillend van de andere artikels, omdat ze in een totaal andere stijl geschreven zijn. De meeste artikels in de gids richten zich tot een bezadigd en intellectueel publiek. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling: we wilden met de gids een jong en breed publiek bereiken. Deze twee artikels doen dat wel: ze richten zich volledig op die doelgroepen. Dankzij hun thema’s sluiten ze bovendien mooi bij elkaar aan. Een aparte uitgave is daarom aangewezen.

Het project heeft dus uiteindelijk, naast een aantal andere verwezenlijkingen, drie publicaties opgeleverd:

  • – De ‘Onderzoeksgids voor de geschiedenis van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen’ is een gevarieerde webbevraagbare onderzoekstool geworden met een inleidende toelichting over de opzet en de methodologie, met een overzichtsartikel over de geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen sedert de Tweede Wereldoorlog, met ruim 150 fiches van archieven die naar diverse onderzoeksthema’s toeleiden, met 15 inleidingen op themata die belangrijk zijn voor de geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen, met twee artikels speciaal gericht op jongeren en met één uitgesproken standpunt van Rik Pinxten. De webversie bevat dus de meest volledige versie van de onderzoeksgids.
  • – De daaruit gedistilleerde reader ‘Op zoek… De evolutie van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog’ bevat 15 artikels gericht op een geïnteresseerd vrijzinnig publiek.
  • – Ten slotte zijn er dus de twee artikels speciaal gericht op jongeren, apart gepubliceerd. Ze staan wel in de onderzoeksgids, maar niet in de reader.

Overzicht van de behandelde onderwerpen in de reader

Deze bundel start uiteraard met een ‘Historisch overzicht van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen en Brussel sinds de Tweede Wereldoorlog tot in de jaren 1980’ van de hand van Jimmy Koppen. Dit is een substantiële bijdrage die noodzakelijk is voor een historisch opgevatte publicatie, omdat ze beschrijft hoe de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen tot stand komt. Het daarop volgende artikel van Franky Bussche kan inhoudelijk gezien worden als een soort vervolg, omdat het de institutionele structuren en functies beschrijft van ‘deMens.nu – Unie Vrijzinnige Verenigingen vzw’ en van de Centrale Vrijzinnige Raad, toch zeer belangrijke structuren in respectievelijk het Vlaamse en Belgische vrijzinnige landschap. Met deze twee artikels is de totstandkoming van het institutionele kader in belangrijke mate geschetst, hoewel er uiteraard nog ruimte is voor meer onderzoek. Daarna volgen twee artikels over onderwerpen die niet vanaf de Tweede Wereldoorlog kunnen starten, omdat ze hun wortels hebben in de negentiende eeuw. Ruddy Doom beschrijft hoe sterk vrijzinnigen vastzaten in de overheersende mentaliteit van hun omgeving in ‘De Vlaamse vrijzinnigen en de koloniale kwestie (1885-1960)’. Zijn relaas is verrassend en confronterend tegelijkertijd. Michel Magits gaat in op ‘De gelijkberechtiging van de vrijzinnige humanistische levensbeschouwing’ in de Belgische Staat of liever, op het gebrek aan gelijkberechtiging. Ook in dit artikel worden mogelijkheden voor nieuw toekomstig onderzoek getoond, dat bij uitvoering kan leiden tot meer inzichten in de evolutie van de verhouding tussen de Staat en de levensbeschouwingen. Daarna volgen drie artikels over een onderwerp dat de georganiseerde vrijzinnigheid altijd nauw aan het hart gelegen heeft: het onderwijs. Eddy Borms schetst de lange strijd voor het officieel onderwijs en vooral ook voor een kwaliteitsvolle benadering van de niet-confessionele zedenleer. Frank Scheelings gaat dieper in op de mogelijkheden om de relatie tussen de Vrije Universiteit Brussel en de vrijzinnig-humanistische levensbeschouwing te bestuderen. Hoewel er veel verwevenheid is, is de universiteit tegelijk een zelfstandige instelling, die een redelijk eigenzinnige koers vaart op het kompas van het Vrij Onderzoek. Gily Coene behandelt ‘De opleiding moraalwetenschap(pen): ontstaan en evoluties’. Ze gaat daarbij zowel in op de Gentse als Brusselse opleidingen die aan de basis liggen van de opleiding die moest voorzien in competente leraren moraalwetenschappen. De grote aandacht die de vrijzinnigen altijd gehad hebben om jongeren vrijzinnig-humanistische waarden mee te geven, heeft zich niet alleen gericht op het onderwijs, maar ook op het jeugdwerk. Over het vrijzinnig jeugdwerk zijn geen historische publicaties beschikbaar; het ligt dus voor de hand dat Jimmy Koppen en Frank Scheelings de lezers in hun artikel proberen te stimuleren tot meer studie over dit onderwerp. Dit artikel sluit aan bij de historiek van wat ook wel de praktische vrijzinnigheid wordt genoemd: de uitbouw van een kader dat morele ondersteuning voorziet voor vrijzinnig humanisten binnen hun eigen levensbeschouwing. Freddy Boeykens behandelt de historiek van zowel de algemene morele dienstverlening als die van de categoriale dienstverlening, met de grote werkvelden (landsverdediging, gevangeniswezen en zorgsector) en de kleinere werkvelden. Jan Van den Brande gaat in op rituelen en vrijzinnige plechtigheden en Tamara Ingels behandelt de historiek van de crematie. Door deze drie artikels merken we hoe moeizaam en ongelijkmatig het praktische kader van dienstverlening tot stand kwam en de grote stappen die in de afgelopen decennia zijn gezet. Dat geldt ook voor een onderwerp als euthanasie, waar het ethische debat voortdurend bemoeilijkt is door de medische problematiek. Jacinta De Roeck en Franky Bussche schetsen de problematieken in hun context. Waarden, normen en zelfbeschikkingsrecht staan eveneens centraal in de historiek van de holebi- en transgenderbeweging, die geschetst wordt door Paul Borghs. Ook de holebi- en transgenderbeweging heeft een zeer moeilijk en weinig lineair parcours afgelegd in Vlaanderen, en de redactie is blij dat dit parcours in de bundel wordt beschreven. Daarna volgen een aantal beschouwingen over de relatie tussen kunst, cultuur en vrijzinnig humanisme, geschreven door Willem Elias. De bundel sluit ten slotte af met een Franstalig artikel van Nicoletta Casano. In ‘Les lieux de la recherche sur la francmaçonnerie à Bruxelles’ verlaat zij inderdaad even de Vlaamse insteek, maar gezien de federale status van de obediënties kan dat ook moeilijk anders. Hoewel de redactie zich niet wilde focussen op de vrijmetselarij, meent ze toch dat het artikel een aantal nieuwe wegen toont die het onderzoek naar vrijzinnige waarden en normen kunnen stimuleren.

Helaas vonden we voor verschillende onderwerpen, zoals ‘vredesbeweging en mondiale problemen’, ‘anticonceptiva en abortus’, ‘gemeenschapsvorming en verenigingsleven’, ‘gevangeniswezen en strafuitvoering’, ‘bio-ethiek’ en ook een vergelijkend artikel over de situatie aan de andere kant van de taalgrens geen auteurs die het onderwerp in historisch perspectief konden behandelen. Andere onderwerpen zoals ‘symboliek’, ‘gelijke kansen en vrijzinnige vrouwen’ en ‘seksualiteit’ kregen om diverse redenen geen definitieve versie. Gelukkig zijn er voor de laatste twee thema’s andere gespecialiseerde archieven (cf. Rosa, AVG-Carhif) en onderzoekscentra (RHEA) actief. We nodigen de lezer die bronnen rond die onderwerpen zoekt dan ook uit om een kijkje te nemen op hun respectieve websites. Toch vormen de niet-behandelde thema’s hiaten die de samenstellers betreuren. We hopen dat ze het evenwicht in de gids niet verstoren. We menen echter dat de 15 artikels die wel geschreven werden, de lezer aan het denken zetten en we zouden verheugd zijn als ze de lezer stimuleren tot de onderzoeksarbeid. Uiteraard is het team en de Wetenschappelijke Raad van CAVA bereid om verder te adviseren over bronnen en themata.

Ten slotte willen we iedereen bedanken die heeft meegeholpen aan de totstandkoming van deze uitgave. De auteurs willen we niet alleen hartelijk danken voor hun bijdragen en hun bereidheid om correcties door te voeren, maar ook voor hun geduld. Inderdaad hebben de drukke verplichtingen van de redacteurs de uitgave vertraagd, hetgeen we betreuren. Het redactiecomité bestond uit Gily Coene, Jimmy Koppen en Frank Scheelings. Jimmy Koppen vond en cours de route een nieuwe uitdaging en daarom hebben de andere twee redacteurs het werk beëindigd. Verder willen we Marlies Hoebeek, Benoit Vanhees en Niels De Nutte bedanken voor het praktische nalees- en verbeterwerk om de bundel gereed te maken voor publicatie. Ten slotte verdient HVV hier een extra vermelding, omdat zij de mogelijkheden bood om de bundel uit te geven.

Voetnoten

  1. Later Centre interdisciplinaire d’étude des réligions et de la laïcité genoemd. Cf. P. Defosse (red.), Dictionnaire historique de la Laïcité en Belgique, Bruxelles, Fondation Rationaliste, 2005, p. 276.
  2. Getuige het door haar uitgegeven Tijdschrift voor de Studie van de Verlichting. Die historische focus wordt nu nauwelijks nog voortgezet. We checkten de onderzoeksdoelstellingen van de opvolger van het Centrum
    voor de studie van de Verlichting, het Centrum Ethiek en Humanisme (VUB), maar ook van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie (UGent), het Centrum voor Ethiek (Universiteit Antwerpen), het Centrum Leo Apostel aan de VUB en het Bioethics Institute aan de UGent. Alleen bij het Centrum voor logica aan de VUB is de historische focus nog aanwezig. Zie www.ethu.be; www.clps.ugent.be; www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/centrum-voor-ethiek; www.vub.ac.be/CLEA; www.bioethics.ugent.be; www.vub.ac.be/FILO/?p=76 (geraadpleegd op 10 oktober 2017).
  3. De reeks bevat zowel uitgaven over intellectuelen van eeuwen geleden, zoals Vesalius, Multatuli en Decoster, als vrijzinnigen van de 20ste eeuw, zoals Karel Cuypers, August Vermeylen en Gerard Walschap.
  4. CAVA is daarom gestart met het invoeren van vrijzinnige archieven in Archiefbank Vlaanderen en ODIS.
  5. E. Witte, De Belgische vrijdenkersorganisaties (1854-1914). Ontstaan, ontwikkeling en rol, in Tijdschrift voor de studie van de Verlichting, VUB, 1977, 2, p. 127-286.
  6. H. Dethier en H. Vandenbossche, Woordenboek van Belgische en Nederlandse Vrijdenkers I, Brussel, 1979, 287 p.; het tweede deel werd uitgegeven in 1982, 217 p.
  7. H. Hasquin (red.), Histoire de la laïcité principalement en Belgique et en France, Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1979; 2e éd. revue, éditions de l’Université de Bruxelles, 1981.
  8. L. Voyé (red.), La Belgique et ses Dieux, Eglises, Mouvements religieux et laïques, Louvain-la-Neuve, CABAY, 1985. We herinneren eraan dat de studie van A. Carton, Het Feest van de Vrijzinnige Jeugd: een
    humanistisch overgangsritueel, in Levensrituelen: Het vormsel, Leuven, 1991, p. 107-132, zich steunde op haar licentieverhandeling die aan de KU Leuven werd gemaakt.
  9. 1789-1989: 200 jaar vrijzinnigheid in België, 200 ans de libre pensée en Belgique, Charleroi, Gemeentekrediet/Crédit communal, 1989, 126 p.
  10. A. Despy-Meyer en H. Hasquin (red.), Libre pensée et pensée libre. Combats et débats, Bruxelles, Editions de l’ULB, 1996, 190 p. Nog ‘lokaal’: E. Maquestiau, Histoire de la libre pensée au pays de Liège, s.l., Association liégeoise des libres penseurs, 1986, 218 p.
  11. P. Defosse (red.), Dictionnaire historique de la Laïcité en Belgique, Bruxelles, Fondation Rationaliste, 2005, 343 p.
  12. J. Tyssens, Vrijmetselarij en vrijzinnigheid, in P. Van den Eeckhout en G. Vanthemsche, Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, s.l, Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 2017, s.p. We citeren hier alleen de meest recente versie van het artikel, maar het standaardwerk van Van de Eeckhout en Vanthemsche bestaat al sedert 1999.
  13. A. Miroir, Laïcité et classes sociales 1789-1945. En hommage à John Bartier, Bruxelles, 1992, 292 p.; J. Tyssens, L’organisation de la laïcité en Belgique, in A. Dierkens (red.), Problèmes d’histoire des réligions, 5, Brussel, Editions de l’université de Bruxelles, 1994, p. 55-69; Gita Deneckere, Geuzengeweld. Antiklerikaal straatrumoer in de politieke geschiedenis van België, 1813-1914, Brussel, VUBPress, 1998.
  14. E. Witte, Twintig jaar politieke strijd rond de abortuswetgeving in België, in Res Publica, 32 (1990), p. 427-487; Tien jaar abortuswetgeving in België: analyse en getuigenissen, in Nieuw tijdschrift van de VUB, 13, 3; K. De Nijs, De toepassing en evaluatie van de abortuswet: 1990-2001, Brussel, VUB (onuitgegeven masterpaper), 2014.
  15. N. De Nutte, Denken over de dood: de keuze aan het einde. Euthanasie in Vlaanderen: het denken en het engagement. Een perspectief vanuit het Humanistisch Verbond en de Unie Vrijzinnige Verenigingen, Brussel, VUB (onuitgegeven masterpaper), 2014.
  16. J. Tyssens, Strijdpunt of pasmunt? Levensbeschouwelijk links en de Schoolkwestie (1918-1940), Brussel, VUBPress, 1993, 120 p.; J. Tyssens, Een Vlaamse inbreng in de vrijzinnige actie rond de schoolkwestie in de jaren ’30: van de Vrienden van het Officieel Onderwijs naar het Algemeen Verbond ter Bevordering van het Officieel Onderwijs, in BTNG, 24 (1993), p. 353-397; J. Tyssens, Om de schone ziel van ‘t kind… Het onderwijsconflict als een breuklijn in de Belgische politiek, Gent, 1998, 194 p.
  17. Y. Mendes da Costa, A. Morelli (red.), Femmes, Libertés, Laïcité, Editions de l’Université de Bruxelles, 1989, 212 p.; L. Vandenbussche, Het veld der verbeelding: vrijzinnige vrouwen in Vlaamse literaire en algemeen-culturele tijdschriften (1870-1914), Gent, 2008; M. De Metsenaere, Veel geschiedenis, weinig geheugen? Over de belangstelling van Belgische contemporanisten voor de geschiedenis van feminisme en vrouwenbeweging sinds de jaren ’70, in G. Vanthemsche, M. De Metsenaere, J. C. Burgelman (red.), De Tuin van Heden. Dertig jaar wetenschappelijk onderzoek over de hedendaagse Belgische samenleving. Een bundel studies aangeboden aan professor Els Witte naar aanleiding van haar emeritaat, Brussel, VUBPress, 2007. De problematiek kreeg ook belangstelling van het Centrum voor Vrouwenstudies (°1987) aan de VUB. Het centrum had een uitgesproken vrijzinnige signatuur, maar richtte zich op vrouwenstudies in bredere zin met vertegenwoordiging van diverse disciplines. Dit wordt ook voorgezet door haar opvolger RHEA (Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit), al zijn er op dit moment niet zoveel historici actief.
  18. E. Witte, Déchristianisation et sécularisation en Belgique, in H. Hasquin (red.), Histoire de la laïcité, principalement en Belgique et en France, Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1979, p. 149-175; K. Dobbelaere, Towards an Integrated Perspective of the Process Related to the Descriptive Concept of Secularisation, in Sociology of Religion, 60 (1999), 3, p. 229-247; R. Laermans, B. Wilson, J. Billiet, Secularisation and Social Integration: Papers in Honour of Karel Dobbelaere, Leuven, University Press, 1998; J. Tyssens, The road from Enlightenment to Indifference. Unbelief in Flanders, in The Low Countries: Arts and Society in Flanders and the Netherlands, Rekkem, Stichting Ons Erfdeel, 2002, p. 42-47.
  19. J. Koppen, De paradox van de vrijmetselarij, Houtekiet, 2014. Het is niet opgevat als een geschiedenis van de vrijmetselarij, maar bevat wel veel referenties ernaar.
  20. Bijvoorbeeld R. Willemyns (red.), Actuele facetten van vrijzinnigheid in Vlaanderen, Brussel, VUB, 1982, 192 p., of bijvoorbeeld recenter een standpunt over de euthanasiewet: F. Bussche en W. Distelmans (red.), Een goede dood. 2002-2012: tien jaar ‘controversiële’ euthanasiewet?, Brussel, VUBPress, 2012, 368 p.
  21. Vanzelfsprekend. 35 jaar Humanistisch Verbond, Antwerpen, 1988; J. Fransen, Het Humanistisch Verbond. Ontstaan, uitbreiding en crisis (1951-1961), in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, XVIII (1998), 3-4, p. 499-525.
  22. E. Liukku, Het fonds van de “H-groep”. Een onderzoek naar de ordeningen aangetroffen in het fonds van archieven van humanistische verenigingen, bewaard in het vrijzinnig ontmoetingscentrum te Antwerpen, Brussel, VUB (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 2001; S. Vrielynck, Het archief van een vereniging. Structuuronderzoek en inventarisatie van het archief van het Humanistisch Verbond Oostende, Brussel, VUB (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1996.
  23. Bijvoorbeeld: J. Tyssens, Tegen de stroom: vrijzinnig militantisme in Antwerpen, 1919-1939, in D. Deruysscher, P. de Hert, M. De Metsenaere, Een leven van inzet. Liber amicorum Michel Magits, Mechelen, Wolters Kluwer, 2012, p. 169-195.
  24. J. Tyssens, Een Vlaamse inbreng in de vrijzinnige actie rond de schoolkwestie in de jaren ’30: van de Vrienden van het Officieel Onderwijs naar het Algemeen Verbond ter Bevordering van het Officieel Onderwijs, in BTNG, 1993, 3-4, p. 353-397; C. Copers, De georganiseerde Vrijzinnigheid in Vlaanderen: een inhoudsanalytische studie van het Vrije Woord en zijn lezerspubliek 1956-1981, Brussel, VUB (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1982, 445 p.
  25. G. Matagne, P. Verjans, Equilibres et déséquilibres politiques et sociaux: trente ans de stabilité partisane et de déséquilibres spatiaux, p. 2-4. Zie www.parlement-wallonie.be/media/doc/pdf/colloque_151010/Geoffroy-Matagne&Pierre-Verjans_Equilibres_desequilibres_politiques&sociaux_2010-09-27.pdf. Het verschil tussen Wallonië en Vlaanderen na WOI werd al eerder vastgesteld. Zie een kaart bij R. Lesthaeghe, The decline of Belgian fertility, 1800-1970, New Jersey, 1977, gereproduceerd bij E. Witte, Dechristianisering en secularisering in België, in R. Willemyns (red.), Actuele facetten van de vrijzinnigheid in Vlaanderen, Brussel, 1983, p. 40; E. Witte, J. Craeybeckx en A. Meynen, Politieke Geschiedenis van België, Standaard Uitgeverij, 2008, p. 115-117, p. 141-142.
  26. M. Hooghe, E. Quintelier en T. Reeskens, Kerkpraktijk in Vlaanderen, Trends en extrapolaties: 1967-2004, in Ethische Perspectieven, 16, 2, p. 115.
  27. We laten de radicaliseringsproblematiek hier even buiten beschouwing. Er zou in elk geval meer studiewerk gedaan moeten worden naar het gedrag en de houding van migranten ten aanzien van levensbeschouwelijke praktijken.
  28. www.cavavub.be/organisatie/missie.
  29. A. Den Teuling, Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen, ‘s Gravenhage, Stichting Archiefpublicaties, 2003, nr. 133, archiefwiki.org/wiki/Archiefgids.
  30. T. Thomassen, Klassieke toegangen op archieven: een overzicht, in T. Thomassen, B. Looper en J. Kloosterman (red.), Toegang. Ontwikkelingen in de ontsluiting van archieven. Jaarboek 2001, ‘s Gravenhage, Stichting Archiefpublicaties, p. 105.
  31. International Standard for Archival Description (General) en International Standard Archival Authority
    Record for Corporate Bodies, Persons and Families uitgegeven door de Internationale Archiefraad. De
    Nederlandstalige versie is te vinden op www.vvbad.be/isadg en www.vvbad.be/isaarcpf.


Verwijzen naar dit artikel kan als volgt: Coene Gily en Scheelings Frank, Inleiding, in Op zoek… De evolutie van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog, Brussel, Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, 2018, pp. 9-23.

Deze pagina werd voor het laatst geüpdatet op 9 april 2018.

Reacties gesloten