Activiteit

Verhalenavond - Een avond vol vrij zinnige verhalen (Mechelen)
Locatie: KA Pitzemburg (Mechelen)
Datum: 03/04/2014
Uren: 20:00 - 22:00

In de reeks Verhalenavonden hield CAVA ook halt in het KA Pitzemburg. Het werd een avond vol verhalen, getuigenissen, anekdotes en herinneringen over het vrijzinnig-humanisme in en rond Mechelen. Zoals steeds werd deze avond opgenomen. Hieronder vind je de verschillende geluidsfragmenten. Luister en herbeleef deze interessante avond.

Aan het woord zijn:
Annette Grootjans, 60er, geëngageerd in de Mechelse vrijzinnigheid
Ann Longrée, 50er, adjunct directeur atheneum Willebroek
Franky Van Ingelgem, 60er, geëngageerd in de Mechelse vrijzinnigheid

Deze verhalenavond vond plaats met de steun van de Vlaamse Overheid, deMens.nu, HVV en UPV.

Vrijwilligers transcribeerden de audiofragmenten die gemaakt werden tijdens deze verhalenavond. Onder elk audiofragment kan u de uitgetypte tekst terugvinden. Het zijn telkens woordelijke transcripties, geen letterlijke.


Annette Grootjans over familie, ncz, godsdienstles, vrijzinnigheid


Annette Grootjans: Ik was een traditionele katholiek: je werd gedoopt, ging naar de godsdienstles. Zo zaten er velen in de godsdienstles, want er was niets anders. Je deed je communie en dan zei je: “dat doe ik niet meer”. In het secundair onderwijs volgden we dan zedenleer. Niet omdat we vrijzinnig waren, maar omdat we die pastoor niet meer wilden zien, want dat was geen aangenaam figuur. Samen met de vriendinnen zedenleer volgen was leuker dan die godsdienstles. Zo zijn wij eigenlijk uitgegroeid tot strijdbare vrijzinnigen, maar van huize uit waren we dat niet. We waren thuis ook niet gelovig, gewoon traditioneel, zoals de meeste mensen: trouwen, kinderen krijgen, dopen. Bij ons thuis waren ze eigenlijk niets: niet gelovig, niet vrijzinnig, niks.

Annette Grootjans over Feesten Vrijzinnige Jeugd, vrijmetselarij, Mechelen, socialisme


Annette Grootjans over Vrije Universiteit Brussel, familie, vrijzinnigheid, kinderen

Annette Grootjans over HV, OVM, strijdvaardigheid, Vrijzinnig Ontmoetingscentrum, Mechelen

Annette Grootjans over opleiding moraalwetenschap, niet-confessionele zedenleer, leerkracht, Roger van der Ven, georganiseerde vrijzinnigheid


Publiek: Ik heb de indruk dat – het is niet enkel het geval in mijn school, maar ook in die van het secundair – de leerkrachten zedenleer vinden dat zij op geen enkele manier verbondenheid hebben met de georganiseerde vrijzinnigheid. Die blijven daar ver vanaf. Dus na wat toentertijd opgestart is met de leerkrachten zedenleer om een georganiseerde vrijzinnigheid te krijgen, zit je nu echt terug met een tweesprong, want die mensen vinden dat ze zeer onafhankelijk zijn en aan niets verbonden.

Annette Grootjans: Dat heeft ook te maken met hun opleiding, want nu zijn dat licentiaten moraal waarvan men niet weet of ze vrijzinnig zijn of niet. Ze kunnen perfect uit het college komen en licentiaat moraal worden en zedenleer geven. En daar wringt het schoentje. Het resultaat is dat je die geëngageerde, bewuste beleving van de vrijzinnige humanistische waarden in die cursus niet-confessionele zedenleer niet meer terugvindt. Dat heeft dus louter te maken met de vorming van de licentiaten moraalwetenschappen.

Jimmy Koppen (interviewer): In welke mate was dat vroeger dan anders? In welke mate was dat dan duidelijker?

Annette Grootjans: Dat waren mensen die uit engagement de cursus zedenleer wilden geven, zoals licentiaten Germaanse filologie. Ik weet niet wat Roger Van de Ven als opleiding had gevolgd? Was hij germanist, geschiedkundige? Het waren alleszins mensen die ervoor kozen, geëngageerde mensen die achter die filosofie stonden. Nu moet je afwachten en negen kansen op tien zien de huidige leerkrachten hun cursus als een cursus moraalfilosofie. Dat zat in onze dingen ook wel vervat, maar dat was niet die expliciete bewustwording. Kijk, er zitten toch andere waarden in de vrijzinnigheid.

Jimmy Koppen (interviewer): Hoe zag dat er dan inhoudelijk uit? Wat was er dan zo typerend?

Annette Grootjans: Iedere les was eigenlijk anders, want er werd dikwijls uitgegaan van de vragen van de leerlingen zelf, of de dingen die zij meemaakten.

Annette Grootjans over niet-confessionele zedenleer, Mechelen, atheneum, vrijzinnigheid, Roger van der Ven, Vrije Universiteit Brussel


Annette Grootjans: In het kader van wat er in Mechelen nadien ontstaan is als vrijzinnige beweging heeft het Atheneum altijd wel een rol gespeeld in die ontwikkeling van die vrijzinnige beweging. Ik heb eens mijn licht opgestoken: in 1957 was het de eerste keer dat er 50 % zedenleer gevolgd werd en 50 % godsdienst. Dat had ook te maken met een zeer geëngageerde leerkracht die hier op dat moment aanwezig was, Roger Van de Ven. Die heeft een hele generatie jongens – want toen was het een exclusieve jongensschool – geïnspireerd en de vrijzinnigheid leren kennen. Hij heeft hen ook bijna “gedirigeerd” naar VUB en ULB. Die mensen zijn later ook bij ons terechtgekomen in onze vrijzinnige gemeenschappen en hebben dan ook daar mee aan de kar getrokken. Dat was een groot verschil met het Lyceum, in mijn tijd, dat toen een meisjesschool was. Daar was ook zedenleer, maar dat was toch niet zo geëngageerd strijdbaar als dat in het Atheneum werd beleefd.

Annette Grootjans en Ann Longrée over strijdvaardigheid, jeugdwerking, vrijzinnigheid


Annette Grootjans: Hoe rol je daarin? Je maakt vrienden en je staat achter een gemeenschappelijk idee en je zet daar samen je schouders onder. Eigenlijk was je je er niet van bewust dat je een strijd streed. Wel naar de inhoud van de dingen die je deed, omdat dat altijd gebeurde binnen het kader van je filosofie, maar we deden die dingen vooral omdat we ze graag deden. Een engagement.

Franky Van Ingelgem: Een maatschappelijk engagement.

Publiek: Ik denk dat het samenhing, na de Tweede Wereldoorlog, met de mentaliteit, de filosofie van de bevrijding van het individu. Dat je dat eigenlijk nagenoeg kunt laten gelijklopen met de mei ’68-beweging. Vrijzinnigheid, dat was bij mij geen punt, dat was een vanzelfsprekendheid. Eigenlijk is het begonnen met de wereldtentoonstelling van 1958 dat de banden werden losgemaakt en dat er veel meer economische inspraak kwam dan louter confessionele en morele inspraak. West-Europa begon in die periode op te fleuren als economische macht en daardoor kreeg iedereen meer zelfvertrouwen en zouden ze zich niet meer laten dirigeren door die “zwarte kaloten”.

Annette Grootjans: Een maatschappelijk engagement zat ook een stuk in mijn studie, dat zit in mij zeker?

Ann Longrée: Gewoonweg plezier beleven en mensen kansen geven. De anderen gaan naar de Chiro en naar de Scouts, enz., maar je hebt uiteindelijk niks voor de vrijzinnige jongeren. Dat gevoel heb ik als kind wel gehad, dat je daar wel een thuis had en dat je daar wel ergens die ontplooiing kon hebben van “ik mag hier ook spelen, knutselen, toneelspelen, zot doen”.

Annette Grootjans en Ann Longrée over strijdvaardigheid, levensbeschouwing, onderwijs


Annette Grootjans: Wat mijn vrees is, is dat alles verworven is, maar de verworvenheden zijn en blijven toch altijd zo broos. En daar zijn we ons allemaal, denk ik, te weinig van bewust.

Ann Longrée: Er bestaat ook een tolerantiedrempel. Er wordt geregeld gevraagd “Waarom zouden we hier geen gebedsruimte inrichten? Jij hebt daar geen last van, want jij moet dat niet doen, maar dan kan ik het tenminste doen.” En dan denk je al gauw “Hallo, dit is wel een school.” Wij hebben geen nood aan een gebedsruimte. Er zijn al lessen godsdienst, zedenleer, etc. Als jullie iets willen organiseren, zoals een gebedswake, dan kan dat, maar we gaan daar geen aparte ruimte voor creëren. Dat zijn de vragen die stilaan beginnen te groeien. Men verwacht dat je de lessen stopzet en dergelijke dingen doet. Vrijdagnamiddag trekken in Willebroek, waar ik werk, veel jongens naar de moskee, omdat zij dat op dat ogenblik belangrijker vinden dan de lessen Nederlands. En dan heb je echt een probleem van waarden en normen.

Publiek: Ik denk dat dat de uitdaging wordt voor de komende decennia.

Ann Longrée: Dat is serieus de tolerantiedrempel. Wij moeten ons veel meer afficheren en uitspreken. Daardoor leren we het ook onder woorden krijgen, want het wordt een beetje evident. Binnen een school gaan we er snel van uit dat iedereen dezelfde waarden en normen heeft, want wij zijn het gemeenschapsonderwijs. Maar dan zie je leerkrachten die van elders komen en dit niet weten. Die gaan ervan uit dat dat net zo is als ginder. Nee, wij gaan anders om met jongeren. Wij praten met de leerlingen en zetten ze niet zomaar aan de deur. Wij hebben een herstelgericht onderwijssysteem, enz. Dat zijn de eisen die je stelt. Je geeft geen 0 aan een leerling als je geen toets hebt afgenomen. Als je niet weet wat hij doet, kan je geen 0 geven. Dat gebeurt in het college nog wel. Daar zit het verschil. Hoe ga je hiermee om? Hoe ga je met mensen om? Dat is een traject waar we dagdagelijks aan moeten werken – van bovenuit, maar ook van onderaf, ergens om die tolerantie van “jij verdraagt dat niet van mij dat ik een sjaaltje aan doe en dat jij een petje opzet”. Dat is ruimtes afbakenen; dat is echt zeggen van “ik ben zo”.

Annette Grootjans en Franky Van Ingelgem over Mechelen, leerkracht, niet-confessionele zedenleer, vrijzinnigheid, Frans Van der Vorst, Jacky Goris, Wim Crols, Roger van der Ven, OVM, vrijzinnig jeugdatelier


Annette Grootjans en Franky Van Ingelgem over socialisme, vrijzinnigheid, Vrijzinnig Ontmoetingscentrum, Mechelen

Annette Grootjans over katholiek onderwijs, Mechelen, Antwerpen, gemeenteschool

Ann Longrée over vrijzinnig jeugdatelier, Mechelen, jeugdwerking, Gust Bal, niet-confessionele zedenleer, leerkracht, lentefeest, Brussel, Feest Vrijzinnige Jeugd


Ann Longrée: Het Jeugdatelier is begonnen in de jaren 1968-1969. Op dat ogenblik was er in het schooltje op de Koningin Astridlaan één lokaal dat ze mochten gebruiken. Maurice Christiaens en Guust Bal waren samen de trekkers en kwamen met het idee om jongeren op een andere manier met ervaringen in contact te brengen en zelf aan de slag te laten gaan. Dat is daar x aantal jaren geweest, dan zijn we verhuisd naar de Augustijnenstraat, naar de Merodestraat, naar de Spiegelstraat.

Annette Grootjans: En dan was het de stille dood.

Ann Longrée: De eerste periode hadden we het geluk – misschien is het een ongeluk – dat de studenten leerkracht lager onderwijs ook buiten het onderwijscircuit stage moesten lopen. De woensdagnamiddagen waren daar eigenlijk ideaal voor. Zij bouwden dan iets op en de creatieve inwerking en de cursussen die we volgden bij Guust Bal waren op dat moment wel serieus een insteek. Dat is altijd uitgebouwd met eerst Stef, dan Bob Engels en Liliane als hoofdmonitoren. Daarna heb ik het overgenomen. Dat was zo eigenlijk het verloop, maar we kregen geen volwassen begeleiders meer. We zaten op dat moment nog met twee volwassenen boven de 18 op dat ogenblik en de rest was allemaal 15-, 16-jarigen. Zo is het enorm moeilijk om iets draaiende te houden. Want eens er op donderdag een toets was, was het al direct van “Ai, oei, ik moet rapper weg, ik kom later…” Dan zijn we met de leerkrachten zedenleer – dat was in 1999 zoiets zeker? Tussen 1995 en…?

Annette Grootjans: Ja, er is een hele tijd niks geweest.

Ann Longrée: Ja, dan hebben we de leerkrachten zedenleer bijeengebracht en gezegd “oké”, want zij waren vragende partij. Sindsdien hebben we vijf activiteiten per jaar die we proberen te organiseren volgens de leeftijdscategorieën en vol te houden, dat lukt vrij behoorlijk. Ook door en dankzij het enthousiasme van die leerkrachten, want zonder hen heb je geen platform, die briefjes geraken dan nergens. Die kinderen komen ook, omdat de juf komt. Vorige zaterdag had ik 65 kinderen van het eerste studiejaar vanuit de Mechelse scholen, die hun lentefeest gedaan hadden. Met de juffen zijn die dan mee naar Brussel getrokken. Dat was een namiddag, maar voor die mannen is dat “wow, met de juf, en dit gedaan en dat gedaan”. Dat is een start van zes jaar, daarna heb je het feest van de vrijzinnige jeugd en intussen kunnen zij die activiteiten meedoen. De leerkrachten kiezen de activiteiten, waardoor ze deze ook kunnen gebruiken in hun lessen. Daardoor kunnen ze ook terugrefereren naar wat ze hebben gezien.

Ann Longrée over niet-confessionele zedenleer, onderwijs, Mechelen


Ann Longrée: Wij zijn een officiële school en daar worden alle godsdiensten gegeven. Dan spreek ik niet alleen voor Pitzemburg, maar voor alle athenea in het Mechelse en daarbuiten, waar je de communicatie tussen de geloofsovertuigingen wel krijgt. Ik denk ook dat er wel een heel groot verschil bestaat tussen weten dat er iets anders is en hetgeen er in een katholieke school – het zuiver katholieke dan – wordt doorgegeven. Ik denk dat dat zeker een rijkdom is naar het kritisch denken, het bezig zijn met die informatie, en het dagdagelijks ook meemaken. Uiteindelijk volg je de lessen wiskunde allemaal samen, maar je kan kiezen voor zedenleer of godsdienst – islamitische, protestantse, orthodoxe, anglicaanse, Israëlische – en op dat ogenblik word je in groepjes verdeeld. We merken de laatste jaren dat er in heel veel scholen een consensus is en er ook een vraag bestaat – een beetje van bovenaf, maar voornamelijk van beneden gestuurd – om bepaalde projecten allemaal samen op te nemen. Ik vind dat een serieuze meerwaarde, want zo krijg je de confrontatie van verschillende ideeën.

Jimmy Koppen (interviewer): Dat is inderdaad nu het geval, maar is dat altijd zo geweest? Heeft u, als u kijkt naar een school, altijd de indruk gehad dat deze die boodschap kan brengen? Is dat voor u anders?

Ann Longrée: Ik denk het wel. Ik ben 12 jaar in het Lyceum geweest, 13 zelfs. Op dat ogenblik heb je daar toch wel al die geloofsovertuigingen meegemaakt. In de lagere school waren we maar met enkelen die zedenleer volgden. De dagen van het vormsel zaten we maar met twee in de klas en had de rest vrij. De juffen vonden dat eigenlijk niet zo leuk, want die moesten er dan ook zijn, een veredelde babysit op dat moment. Maar dat was zowat het traject waar je doorgaat. Dus je beseft wel van: “Hmm. Dit is wel zo.” Toen waren alle overtuigingen nog niet aanwezig; we hadden er drie op dat moment.

Franky Van Ingelgem over familie, onderwijs, vrijzinnigheid, leerkracht, strijdvaardigheid, Mechelen


Franky Van Ingelgem: Ik denk dat ik mij nooit gelovig heb gevoeld of wat dan ook. Het vrijzinnige is het militant vrijzinnige geworden op het ogenblik dat de zoon naar school moest gaan in Hombeek. Daar was enkel een katholieke school, er was geen andere kleuterschool. Ik had hem de week voor Pasen laten gaan, omdat na Pasen die schreeuwers er allemaal bij kwamen. Hij kwam thuis en zei tegen mijn echtgenote: “Wat doe ik hier nu?” Toen stond het al vast dat hij op 1 september naar de Rijksmiddelbare school in Mechelen zou gaan. De bus op, een uur desnoods, dat kon mij niet schelen. Toen heeft Geert Bervoets een kleuterschool opgestart in Hombeek. Die is gegroeid van een gratis school naar twee jaren van elk studiejaar. Dat geeft zo een militantisme. Daar was een leerkracht zedenleer, Flor Mertens – Danny Van hoogenbemt ook –, een crème van een mens, die eigenlijk die gasten gevormd heeft. En dan heb je niet meer nodig om overtuigd vrijzinnig – militant vrijzinnig – te worden.

Annette Grootjans en Franky Van Ingelgem over studentenkring, Mechelen, Vrijzinnig Ontmoetingscentrum, antiklerikalisme, atheneum, Vrije Universiteit Brussel

Annette Grootjans over Feesten Vrijzinnige Jeugd, Mechelen, Antwerpen, niet-confessionele zedenleer, vrijzinnigheid, strijdvaardigheid, leerkracht

Reacties gesloten