Activiteit

Verhalenavond - Een avond vol vrij zinnige verhalen (Vilvoorde)
Locatie: VOC Robert Moucheron (Vilvoorde)
Datum: 24/10/2013
Uren: 20:00 - 22:00

In de reeks Verhalenavonden hield CAVA ook halt in het VOC Robert Moucheron. Het werd een avond vol verhalen, getuigenissen, anekdotes en herinneringen over het vrijzinnig-humanisme in en rond Vilvoorde. Zoals steeds werd deze avond opgenomen. Hieronder vind je de verschillende geluidsfragmenten. Luister en herbeleef deze interessante avond.

Aan het woord zijn:
Jeanie Coosemans, 70er, voormalig VOC-voorzitster
Eric Jacobs, 50er, leerkracht
Felix Libeer, 80er, medestichter OVM-Vilvoorde
Alain Vannieuwenburg, 50er, verbonden aan het Rekenhof

Deze verhalenavond vond plaats met de steun van de Vlaamse Overheid, deMens.nu, HVV en UPV.

Vrijwilligers transcribeerden de audiofragmenten die gemaakt werden tijdens deze verhalenavond. Onder elk audiofragment kan u de uitgetypte tekst terugvinden. Het zijn telkens woordelijke transcripties, geen letterlijke.


Jeanie Coosemans over familie, Brussel, katholicisme, doop, communie, cathecismus, Vilvoorde


Jeanie Coosemans en Eric Jacobs over Brussel, niet-confessionele zedenleer, strijdvaardigheid, islam, katholicisme, Humanistische Jongeren, Robert Moucheron, leerkracht


Jeanie Coosemans en Alain Vannieuwenburg over Vrijzinnig Ontmoetingscentrum, Vilvoorde, Oostende, Maaseik


Eric Jacobs over niet-confessionele zedenleer, vrijzinnigheid, fakkel


Eric Jacobs: In de lagere school is het natuurlijk niet zo gemakkelijk om onmiddellijk met zesjarigen over ethiek en moraal te spreken. Dat zijn meestal attitudes die wij proberen mee te geven aan die kinderen: bepaalde houdingen, zoals eerlijkheid, die wij als vrijzinnigen zeker ondersteunen. Dat lijkt misschien raar dat dat nog onderwezen moet worden, maar dat is ongelofelijk belangrijk bij die kinderen om het onderscheid te kunnen maken met wat ze zien op televisie of wat ze spelen op die elektronische spelletjes. Er zijn heel veel zaken waar niet veel eerlijkheid bij komt kijken. En dan moeten zij wel eens gewezen worden op dat begrip ‘eerlijkheid’ – wat dat betekent op de speelplaats, tijdens de lessen. In de laatste twee graden van de lagere school worden die waarden al bijgebracht op een andere, meer geëvolueerde manier. Het gaat dan bijvoorbeeld om de woorden rond de fakkel: schoonheid, wijsheid, kracht. De inhoud van die woorden wordt dan goed uitgelegd aan de kinderen zodat ze weten wat het eigenlijk betekent voor hen en wat ze met die begrippen kunnen doen in de praktijk.

Eric Jacobs over Feesten Vrijzinnige Jeugd, Vilvoorde, communie


Eric Jacobs: Mensen trekken altijd een parallel tussen de communie en het Feest Vrijzinnige Jeugd. Dat gaat zelf zo ver dat ze, op het ogenblik dat de kinderen hun eerste communie doen, in de lagere school komen vragen “En wat doen jullie nu?” En ik zeg altijd: “Ik doe niks.” Niet om tegen te werken, maar ik vind nergens iets waarover we moeten zeggen “dit is een heuglijke gebeurtenis, dit moeten wij vieren.” Ik zeg: “We zouden misschien beter een welkomstfeest inrichten voor de kinderen die in het eerste leerjaar binnenkomen en die gedurende zes of misschien 12 jaar zedenleer gaan volgen.” Maar het Feest Vrijzinnige Jeugd is voor ons echt een overgangsritueel, een stap naar zelfstandigheid. Zo leggen we dat ook uit aan de kinderen: het is de overgang van de beschermende lagere school, waar iedereen alles voor je regelt, naar het middelbaar, waar je terug de jongste bent, waar je eigenlijk heel veel verantwoordelijkheid krijgt en waar je ook de vrijheid gaat leren kennen. In een dorpsschool weet iedereen alles van iedereen, maar eens ze naar de stad – Mechelen, Vilvoorde,… – komen, dan zijn er vrije uren, missen ze de bus of hebben ze een platte band met de fiets en zijn ze een uur of twee later thuis dan normaal. Of de ouders zijn gewoon niet thuis. Dat is de vrijheid dan.

Jeanie Coosemans en Eric Jacobs over Gerrit Constant, Feest Vrijzinnige Jeugd, Vilvoorde, niet-confessionele zedenleer, Marianne Dufour


Eric Jacobs: Ik heb dat overgenomen van een man die dat formidabel kon organiseren, Gerrit Constant. Ik keek altijd op naar hem, naar zijn organisatietalent. Alles klopte tot in de puntjes. Hij had dan ook nog het talent om heel goede scenario’s te schrijven en daar een totaalfeest van te maken, met een mooie receptie achteraf, met taart en koffie, maar ook met schuimwijn. Toen oefenden we nog op zaterdagvoormiddag met de kinderen om dat toneel, dat spektakel, op te voeren. Hij was leerkracht moraal, net zoals zijn vrouw op dat ogenblik, en die pikte er zo al een aantal uit die wat acteertalent hadden – en die speelden dan ook een iets belangrijkere rol op het feest zelf. Dan is Gerrit gestopt, omdat hij gedetacheerd werd, geloof ik. Daarna zijn wij eigenlijk een beetje in een put gevallen, want niemand kon dat organiseren zoals hij dat kon. We hebben dan een paar jaar gesukkeld en vervolgens heeft Marianne Dufour geprobeerd om daar nieuw leven in te blazen gedurende enkele jaren en dat lukte, want het was eigenlijk heel mooi, heel symbolisch ook.

Jeanie Coosemans: Je vergeet een stukje, Eric. Want voor Marianne Dufour erbij kwam, trok jij een aantal jaren met de hele groep naar de Hoge Rielen. Jullie vertrokken op vrijdag en op zaterdagnamiddag kwam ik dan eens dag zeggen en eens kijken wat ze allemaal deden. Dat was daar fantastisch.

Eric Jacobs: Ik had inderdaad het geluk een goede ploeg te hebben, want zonder die goede ploeg zou er eigenlijk niet veel van terecht gekomen zijn.

Jeanie Coosemans: Marianne Dufour is nadien pas gekomen.

Eric Jacobs: Ja, zij heeft de evocatie in Vilvoorde eigenlijk zowat geleid. Ze is dan ook eens naar Lichtaart gekomen, naar de Hoge Rielen, waar we nu trouwens nog altijd zitten, omdat dat een prachtdomein is om met de kinderen activiteiten te doen. Dat is een oud militair domein en de veiligheid heerst daar, omdat daar geen auto’s binnen mogen, dat is ook volledig omheind. We kennen dat domein als onze broekzak. We kunnen onze activiteiten daar vanuit Vilvoorde organiseren. We hebben daar plannetjes van en we weten hoe de kinderen moeten lopen of een spel spelen. Maar dat stamt eigenlijk allemaal uit de tijd van Gerrit Constant, die dat domein voor de eerste keer ontdekt heeft.

Jeanie Coosemans en Eric Jacobs over Robert Moucheron, Vilvoorde, Humanistische Jongeren, onderwijs


Felix Libeer over Richard Van Cauwelaert, Robert Moucheron, katholicisme, onderwijs, vrijzinnigheid, Vilvoorde, Etienne Vermeersch, strijdvaardigheid


Felix Libeer: Richard Van Cauwelaert was een jezuïet, is actief geweest als priester en heeft de kap over de haag gegooid. Hij had een volledige opvoeding als jezuïet achter de rug binnen de Katholieke Kerk. Hij is een van de grondleggers geworden van de vrijzinnigheid in Vlaanderen. Ook Robert is naar Limburg getrokken. Als ik mij niet vergis heeft hij een betrekking gekregen in de middelbare school in Bree. Hij is daar terechtgekomen in vrijzinnige middens en is daar de vrijzinnige geworden die wij kennen. Hij is als vrijzinnige naar Vilvoorde gekomen en we waren in Vilvoorde enorm tevreden dat we op zo iemand beroep konden doen.

Felix Libeer over Feesten Vrijzinnige Jeugd, Vilvoorde, Oudervereniging voor de Moraal, Humanistisch Verbond, Brussel, Paul Damblon, Albert Marissen


Felix Libeer: OVM Nationaal is opgericht in 1961. HV in 1951. De Vilvoordse afdeling van OVM is gestart in 1965. Maar we hadden hier geen infrastructuur en geen ervaring, we hadden hier dus niets. Hetgeen betekent dat we ons aangesloten hebben bij Brussel, in het Congressenpaleis.

Jimmy Koppen (interviewer): U bedoelt het Congressenpaleis op de Kunstberg?

Felix Libeer: Ja, voor de Feesten Vrijzinnige Jeugd. Wij sloten als Nederlandstaligen dus aan bij de grote organisatie van Franstaligen in het Congressenpaleis in Brussel. Dat was een tweetalig feest. Het Franstalig gedeelte stond onder leiding van Paul Danblon. Paul was bekend van televisie. Dat was een figuur, dat was iemand. Het Nederlandstalig gedeelte stond onder leiding van Albert Marissen, die een Vilvoordenaar was. Dat was in de loop van de ochtend met een grote plechtige zitting voor al die kinderen. Ik vond dat uitstekend en ik vind het nu spijtig dat dat niet meer tweetalig is, want dat is in België een eerste vorm van samen te leren leven, Franstaligen en Nederlandstaligen. Dit is dan na een tijd gesplitst door het onbegrip van de Franstaligen: wanneer het Nederlandstalig gedeelte van de gemeenschappelijke zitting doorging, hoorde men veel geroezemoes en was er weinig belangstelling vanwege de overgrote meerderheid van Franstaligen. Ik geloof dat we verder gegaan zijn tot 1971-1972. Dan is men volledig gestopt en gaan terugvallen op Vilvoorde alleen. Men ging naar Melreux met de kinderen van Vilvoorde. Ikzelf kan alleen spreken over de periode tot 1970, over het gemeenschappelijk gedeelte van 11:00 uur tot 13:00 uur in Brussel. Dan keerden we met die kinderen terug naar Vilvoorde met een bus en was er een koud buffet of een buffet in de gemeenteschool in de Groenstraat. Niet alleen de kinderen verbroederden, maar ook de ouders. Dat was een groot familiefeest voor de twaalfjarigen en de ouders.

Felix Libeer over katholicisme, Vilvoorde, liberalisme, vrijdenkers, symbolen, burgerlijke begrafenis, onderwijs, Richard Van Cauwelaert, OVM, Robert Moucheron, Schoolpact


Felix Libeer over Vilvoorde, Oudervereniging voor de Moraal, Feest Vrijzinnige Jeugd, strijdvaardigheid


Felix Libeer over toekomst, levensbeschouwing, georganiseerde vrijzinnigheid, Oudervereniging voor de Moraal, niet-confessionele zedenleer, scheiding Kerk en Staat


Alain Vannieuwenburg over Gerrit Constant, Vilvoorde, FVJ, Aster Berkhof


Alain Vannieuwenburg: Ik heb maar een aantal van die Feesten van de Vrijzinnige Jeugd meegemaakt, ook op verplaatsing. Ik heb die voornamelijk meegemaakt op het ogenblik dat Gerrit Constant zowat de dirigent was. Achter de schermen waren er verschillende mensen actief: je had mensen die de keukenploeg vormden, je had mensen zoals een Jef Steenhout, een echt manusje-van-alles, die zorgde voor het geluid e.d., je had ook mensen als een Karel Potums, die achter de schermen actief waren. Dat was een echt groepsgebeuren. Wat ik mij herinner van Gerrit is dat hij elk jaar iets nieuws wilde brengen. Een van de zaken die mij bijgebleven zijn, is onder andere dat feest waar wij, vertrekkende van een boek van Aster Berkhof, “Goliath”, een toneelstuk gebracht hebben. In feite hebben niet wij dat gedaan, maar zijn de leerlingen ertoe aangezet om een eigen interpretatie te brengen, weliswaar gesteund door een scenario. Ze hebben dus een stuk toneel gebracht via sketches e.d. en hebben zo de geest die aanwezig was in dat boek van Aster Berkhof tot leven weten te brengen. En het jaar daarop was er dus een andere invalshoek, bij Gerrit.

Eric Jacobs: “Het vredesboek” van Bernard Benson, dat was het jaar daarop.

Alain Vannieuwenburg: Wat ik daar zeer goed aan vond, was dat de kinderen centraal stonden. Het waren de kinderen zelf die het boek evoceerden. Ze vertaalden een aantal van die zaken, weliswaar geruggesteund – we moeten daar niet naïef in zijn – door de scenario’s die gemaakt werden, maar zij stonden letterlijk op het toneel in het brandpunt van de belangstelling. Er werd iedere keer iets nieuws gedaan, de grenzen werden telkens verlegd en er werd ook steeds ingepikt op de actualiteit. Dat boek “Goliath” van Aster Berkhof is er niet zomaar toevallig gekomen. Het was door de kinderen, voor de kinderen, met de kinderen en de ouders waren louter toeschouwers.

Alain Vannieuwenburg over West-Vlaanderen, onderwijs, Oudervereniging voor de Moraal, Knokke, Humanistische Jongeren


Alain Vannieuwenburg: Wat ik in West-Vlaanderen meegemaakt heb, is een zeegeuzenmentaliteit. Toen ik hier aankwam, was Vlaanderen ruraal. Ik heb school gelopen in een rijksmiddelbare school die tot stand is gekomen na 1959 – een Collard-school in feite. Het leuke eraan is dat de school opgezet is in een klooster van Franse nonnen die na de laïcisering in Frankrijk in 1905 in Knokke beland zijn – hoe een dubbeltje rollen kan. Op dat ogenblik was dat aantal leerlingen relatief beperkt. Ik vergeet nooit dat ik op een bepaald ogenblik als kleine kerel mijn identiteitskaart ging halen. Men vroeg mij waar ik school liep en toen ik zei: “ik zit in de rijksmiddelbare” bekeek men mij met een blik. Enfin, achteraf wordt het je dan wel duidelijk waarom. Er was een zeer combattieve ingesteldheid, omdat je een CVP-bestuur had. En die vrijzinnig beweging was ook niet zo uitgebouwd. Een Oudervereniging voor de Moraal kende men in Knokke wel, maar dat was zeer beperkt, dat waren slechts een aantal mensen. Er was een afdeling van de Humanistische Jongeren, maar dat waren een paar leerlingen van de rijksmiddelbare school – later is dat uitgebouwd tot een atheneum – die zich daarmee bezig hielden. Het in de contramine zijn leefde daar enorm, maar je had weinig medestanders, dus je kon enkel maar vervelend doen.

Alain Vannieuwenburg over West-Vlaanderen, Gent, Vilvoorde, Robert Moucheron, Humanistische Jongeren, vormingswerk, Humanistisch Vrijzinnig Centrum voor Lectuurbegeleiding, bibliotheek


Alain Vannieuwenburg: Ik ben helemaal geen Vilvoordenaar van herkomst, ik ben West-Vlaming. Getrouwd zijnde met een Vilvoordse, zakte ik na mijn studies in Gent af naar Vilvoorde. Laten we het zo zeggen: je bent een beetje zoekende, ook wel een beetje beïnvloed door wat je daar in Gent allemaal ingelepeld hebt gekregen en je wilt eens zien of er in Vilvoorde ook iets bestaat – of er ook een vrijzinnige actiegroep in het Vilvoordse aanwezig is. Op een goede avond kom ik dus terecht – ik vergeet dat nooit – bij een of andere spreekbeurt. Jef Steenhout was daar, ik herinner mij ook nog Paul Jacobs, en ook Robert Moucheron was daar aanwezig.

Robert Moucheron was iemand die inderdaad zeer begeesterend kon zijn en aan scouting kon doen. Zo ben ik in feite in contact gekomen met Robert Moucheron, die ook een enorme dynamiek kon ontwikkelen. En ik vergeet nooit dat ik na korte tijd soms gewoon met Robert Moucheron de baan op trok. Hij reed toen met een DAF – dat was in feite het voertuig van zijn echtgenote, een volautomatisch ding – en de achterbank van die wagen lag vol met affiches. En zo reisde hij dus Vlaanderen rond en overal waar hij belandde – ik heb nog altijd medelijden met de mensen die daar woonden – ontstond er een afdeling, of ze dat nu wilden of niet. Wat Robert Moucheron zeer goed gevat had – ik denk dat dat belangrijk is om daarop terug te komen – is dat we op dat ogenblik in de volledige organisatie van het jeugdwerk zaten, vandaar Humanistische Jongeren. Maar we zaten ook in de periode dat de oude Koninklijke Besluiten, die het vormings- en ontwikkelingswerk stuurden, langzamerhand omgeturnd werden tot decreten. En Robert Moucheron vatte onmiddellijk het belang van die omzetting en het feit dat men op de kar diende te springen. De blauwdruk van de meeste van die decreten was inderdaad katholiek, maar er waren maar twee mogelijkheden: ofwel verwerp je dat, ofwel spring je mee op de kar en probeer je er iets aan te doen. Ik denk dat dat een zeer grote verdienste is geweest van Robert Moucheron. Hij zag onmiddellijk in dat dat een spilmoment was en dat dat een dynamiek kon geven aan de vrijzinnige beweging. De Humanistische Jongeren zijn kinderen van dat jeugdwerk. Het idee ontstond in de jaren 1960 en in de jaren 1970 krijgen we de totstandkoming van dat klavertjevijf, met dat volwassenenwerk, enz.

Je hebt ook de naam “Humanistisch Vrijzinnig Centrum voor Lectuurbegeleiding” laten vallen. In 1978 krijgen we het decreet op het openbaar bibliotheekwerk. Wanneer wij op dit ogenblik naar een stedelijke, plaatselijke openbare bibliotheek gaan, is dat evident, maar vroeger had je enkel Willemsfondsbibliotheken, katholieke bibliotheken, parochiale bibliotheken, enz. Die werden alle geregeld door een KB’21. Robert Moucheron is ook als adviseur-hoofd van dienst van het openbaar bibliotheekwerk in Vlaanderen iemand geweest die dat extern pluralisme verteerbaar heeft weten te maken, die dat extern pluralisme heeft laten wegebben en een intern pluralisme heeft weten te bewerkstelligen, dat je terug hebt gevonden in de openbare bibliotheken. Het Humanistisch Vrijzinnig Centrum voor Lectuurbegeleiding was een van die lectuurbegeleidingsorganisaties – dat was pasmunt die men had moeten geven aan o.a. het Katholiek Centrum van Lectuurbegeleiding en Bibliotheekvoorziening. En op dat ogenblik heeft hij gezegd: “Wij moeten ook iets gaan doen. Laten we opnieuw op die kar springen, laten we de klassieke judotechniek toepassen en de kracht van onze tegenstander omturnen tot kracht voor onszelf.” Ik denk dat dat een belangrijk iets is geweest voor de vrijzinnige beweging, niet enkel in Vilvoorde, maar in heel Vlaanderen. Ik denk dat men in menige stad en menige gemeente Moucheron nog altijd schatplichtig is. Er waren natuurlijk ook geldstromen aan verbonden, en mede door het gebruiken van die hefboom heeft hij de vrijzinnige beweging in Vlaanderen kunnen activeren.

Alain Vannieuwenburg over strijdvaardigheid, katholicisme, Vilvoorde, Vormingswerk, levensbeschouwing


Alain Vannieuwenburg: Er is duidelijk een evolutie te merken van een, laten we zeggen, getolereerde tegencultuur tot een erkende en dus ook betoelaagbare levensbeschouwing. Het is mijn persoonlijk standpunt dat dat in de contramine zijn, dat permanent in de aanval zijn, enz. op een bepaald ogenblik gaat inboeten, omdat je op dat ogenblik administratief organisatorisch iets uit te werken en uit te bouwen hebt. Ik denk dat de tijdsgeest ook voor een stuk een rol speelt. Je hebt daarnet de naam Jaap Kruithof laten vallen. Eind jaren 1960 was er een begin van ‘onttovering’, waar de kerk als institutie langzamerhand een deeltje van haar impact verliest. Macht verliest ze niet; volgens mij is er ook geen ontzuiling gebeurd. Maar er was op dat ogenblik actiebereidheid. En er was een platform om een aantal zaken in vraag te stellen. Na verloop van tijd koesterde men misschien ergens nog wel de illusie dat men een aantal zaken bereikt had, of had men misschien gewoon geen tijd meer om actie te ondernemen, omdat men inderdaad dat administratief-organisatorisch luik permanent voorgeschoteld kreeg. Ik denk dat dat iets is dat je niet enkel in Vilvoorde zal merken, maar men werkte dus aan een uitbouw. Ik heb daarnet al gewezen op dat klavertjevijf, enz. – dat dat gehele sociaal, cultureel, educatief welszijnswerk in Vlaanderen is gaan kleuren. Dat was een zeer handige zet vanuit de katholieke zuil, die dus werkelijk een blauwdruk gecreëerd heeft. Het was voor KAV- en KWB-afdelingen geen enkel probleem om opgericht te worden. In Brussel trok men gewoon de schuif open en haalde men de nodige documenten boven om een nieuwe afdeling op te richten. Daar zat je dan als vrijzinnige beweging: je huppelde de zaak maar achterna. Als je weet dat er op dit ogenblik federaal nog altijd zo’n 645 miljoen euro naar de erkende erediensten en levensbeschouwingen uitgaat en je kijkt naar wie met het gros van de poen gaat lopen – men mag het mij in Rome niet kwalijk nemen, maar dat is nog altijd de katholieke zuil, dat zijn nog altijd die organisaties die in het kielzog van die katholieke mainstream actief zijn. Er wordt al grappend weleens gezegd dat Brugge het Venetië van het Noorden is, maar naar mijn aanvoelen is Brugge in Vlaanderen eerder het Vaticaan van het Noorden.

Alain Vannieuwenburg over fakkel, Vilvoorde, Vrijzinnig Ontmoetingscentrum, Robert Moucheron


Alain Vannieuwenburg: Robert Moucheron was adviseur-hoofd van dienst van de openbare bibliotheken en hij wilde een huisstijl ontwikkelen voor de openbare bibliotheken in Vlaanderen. Nu moet je weten dat de ledverlichting die op dit ogenblik algemeen ingeburgerd is, toen in een of ander obscuur laboratorium door enkele jonge techneuten in volle ontwikkeling was. En op een bepaalde dag staat Robert Moucheron daar met een ding. En wat was dat? Dat was dus een fakkel, in een voorloper van wat later de ledverlichting zou worden. Hij had die kerels zo ver gekregen dat zij dus een fakkel hadden gecreëerd. Zijn grootste plezier bestond er op dat ogenblik in om uit te vissen of wij dat verdomd niet op de gevel van dat huis in de Schaarbeeklei zouden kunnen aanbrengen. Je moet je dat voorstellen: de kerk en daarnaast die fakkel! De vraag werd gesteld aan het stadsbestuur of dat kon en we werden dan geconfronteerd met een technisch probleem: dat ding zag er nogal rood uit en bevond zich dicht bij een kruispunt. Hoe dan ook: dat ding hing na korte tijd aan de muur! Het ondeugende was natuurlijk het feit dat we daar telkenmale met groot genoegen naar keken en dan daarachter dat kruis zagen. Vanuit de kerk zagen ze dan vermoedelijk die fakkel hangen als ze buiten kwamen. Het was ondeugend en wij genoten daarvan. Er is trouwens ook een ganse discussie geweest over wie de klokken zou mogen luiden. Er zijn burgemeesters geweest die het zo ver doordreven dat de klokken ook bij civiele, bij burgerlijke begrafenissen geluid werden. Een klein beetje speelsheid was Robert Moucheron niet vreemd.

Alain Vannieuwenburg over opleiding moraalwetenschap, Gent, Jaap Kruithof, Lucien De Coninck, Etienne Vermeersch, niet-confessionele zedenleer


Alain Vannieuwenburg: De opleiding Moraalwetenschap – als je dat in Gent durfde zeggen, kreeg je een trap voor je kont – in Gent heeft zich steeds geprofileerd als een buitenbeentje. In die zin dat het de bedoeling van de founding fathers – je hebt daar een Jaap Kruithof, een Leo Apostel, een Etienne Vermeersch, een Lucien De Coninck, maar je hebt dan ook mensen waar je niet onmiddellijk aan zou denken, zoals een Gerda De Bock, enz. – was om een wetenschappelijk onderbouwde autonome ethiek tot stand te brengen. Je werd op dat ogenblik niet klaargestoomd om leerkracht zedenleer te worden – of ik heb het althans nooit zo ervaren. Later heeft men dat curriculum aangepast en spijtig genoeg verzwakt. Men wilde gewoonweg vanuit een multidisciplinaire benadering onderzoeken of het mogelijk zou zijn om te komen tot een wetenschappelijke rationele ethiek. Dat vond je onder andere bij Jaap Kruithof, de man die je in de eerste kandidatuur “De zingever” te vreten gaf. Dat was een onvoorstelbaar werk waarin hij ongenadig het menselijk handelen disseceerde. Hij heeft dat verdergezet in zijn tweede werk, “Eticologie”. Dat vond je op verschillende momenten terug in die opleiding. Ik ben daar niet buitengekomen als leerkracht moraal; je werd ook niet verondersteld leerkracht moraal te worden. Jaap Kruithof – ik denk aan dat beruchte interview met Paula Sémer op de beeldbuis – was ook de man die dat werkje “Jeugd voor de muur” gepleegd had, waarin hij anticonceptie – je moet het maar doen! – in de jaren 1960 bespreekbaar durfde te maken. Ik herinner mij een heruitzending van die aflevering, waarbij de nonkel pater die daar zat, niet wist wat hij hoorde. Dat was natuurlijk ook de stijl van Jaap Kruithof. En dat is ook nu nog de stijl van een Etienne Vermeersch, maar je had dat ook bij een Lucien De Coninck, bioloog. Het curriculum was strikt wetenschappelijk. Je kreeg algemene biologie en fysiologie, neurologie, neuropathologie, enz. Men probeerde dus in het hoofd van de mensen te gaan zoeken en een rationele basis te creëren voor een ethisch handelen.

Alain Vannieuwenburg over Robert Moucheron, Vilvoorde, familie, communie, vrijzinnigheid, onderwijs


Het publiek over niet-confessionele zedenleer, Jaap Kruithof, onderwijs, communie


Reacties gesloten