Activiteit

Verhalenavond - Vrijzinnigheid en Onderwijs (Antwerpen)
Locatie: Vrijzinnig Karel Cuypershuis (Antwerpen)
Datum: 26/11/2013
Uren: 20:00 - 22:00

In de reeks Verhalenavonden hield CAVA ook halt in het Vrijzinnig Karel Cuypershuis. Het werd een avond vol verhalen, getuigenissen, anekdotes en herinneringen over vrijzinnigheid en onderwijs. Zoals steeds werd deze avond opgenomen. Hieronder vind je de verschillende geluidsfragmenten. Luister en herbeleef deze interessante avond.

Aan het woord zijn:
Luc Devuyst, 80er, inspecteur-adviseur voor secundair en hoger pedagogisch onderwijs, algemeen secretaris RIBZ, ere-voorzitter UVV
Karin Heremans, 50er, directeur Koninklijk Atheneum Antwerpen
Roger Peeters, 70er, hoofdinspecteur stedelijk onderwijs, kabinetschef, inspecteur-generaal gemeenschapsonderwijs
Robert Voorhamme, 60er, voorzitter Associatie Universiteit Antwerpen, voormalig onderwijsschepen.

Deze verhalenavond vond plaats met de steun van de Vlaamse Overheid, deMens.nu, HVV en UPV.

Vrijwilligers transcribeerden de audiofragmenten die gemaakt werden tijdens deze verhalenavond. Onder elk audiofragment kan u de uitgetypte tekst terugvinden. Het zijn telkens woordelijke transcripties, geen letterlijke.


Luc Devuyst over vrijzinnigheid, socialisme, familie, vrijdenkers, doop, Vilvoorde, Schoolpact




Luc Devuyst: Als u mij vraagt “Wat is vrijzinnigheid voor u?” dan antwoord ik u “Dat is een levenshouding.” De levenshouding van de mogelijkheden, d.w.z. openheid, geen gebondenheid, meewerken, denken aan de anderen en niet alleen voor jezelf het geheel monopoliseren. Ik ben heel gemakkelijk tot die vrijzinnigheid gekomen en dat wordt mij door bepaalde vrienden misschien wel eens verweten. Ik kom eigenlijk uit een vrijzinnig socialistisch nest. Socialist laten we weg op dit ogenblik, alhoewel het op een bepaald ogenblik toch zeer eng verbonden was. Laten we even denken aan de periode voor de Eerste Wereldoorlog. Mijn grootvader was eigenlijk al lid van De Solidairen, wat op dat ogenblik een zeer belangrijke aangelegenheid was. Maar als je lid was van De Solidairen – en dat speelde zich af in Gent, maar het geheel was ook duidelijk voor iedereen – dan was je ook lid van de Belgische Werkliedenpartij. Die band was er, en we gaan er niet over discussiëren. Het vrijzinnige aspect was daar. Resultaat: mijn moeder heeft, dankzij de instelling van de vader, als jong meisje lessen kunnen volgen en hogere studies doen. Mijn ouders zijn burgerlijk getrouwd in 1928, wat eigenlijk op dat ogenblik al een belangrijke stap was. Ik persoonlijk ben niet gedoopt. Er bestond een traditie van thuis uit dat als ik een vraag stelde aan mijn ouders, ik ook een antwoord kreeg. Het antwoord op de vraag “Waarom?” was niet automatisch “Daarom.” Dat is een vrijzinnige opvoeding, dat is het begin van de vrijzinnigheid. Ik denk dat we op die manier eigenlijk een geheel leven kunnen schetsen. Ik ben zelf een ‘Vilvorien’ en in de gemeenteschool van Vilvoorde was ik de enige op dat ogenblik die vrijstelling genoot. Mijn vader moest elk jaar een briefje schrijven waarop hij verklaarde dat ik geen godsdienst moest volgen. Dat heeft zo geduurd tot en met de schoolpactwetgeving en dan zijn we overgestapt naar de keuzemogelijkheden.

Luc Devuyst over kruisbeelden, Antwerpen, Camille Huysmans, onderwijs, Schoolpact, Oudervereniging voor de Moraal



Luc Devuyst: De enige zaak die ik van relatief dichtbij heb meegemaakt, waren de kruistekens die in de klassen hingen. Dat was een probleem dat zich reeds in 1948 een eerste keer op ministerieel vlak gesteld heeft. Kamiel Huysmans moest oordelen of de kruisbeelden konden blijven hangen of niet. Hij heeft daar een dubbelzinnig antwoord opgegeven en zei “Eigenlijk – principieel – zouden die weg moeten, maar ik weiger het bevel te geven dat ze moeten weggedaan worden.” Dus zijn ze blijven hangen. Na de schoolpactwetgeving werd dan vanuit de Oudervereniging voor de Moraal hevig gereageerd tegen de kruisbeelden die er hingen.

Luc Devuyst over pluralisme, onderwijs, Frans Schollaert, Antwerpen



Luc Devuyst: Wij spreken zeer veel over pluralisme, maar er bestaan twee soorten pluralisme. Er bestaat een intern pluralisme en er bestaat een extern pluralisme. Naar mijn gevoel, als vrijzinnige, ben ik aanhanger van het extern pluralisme. Dat wil zeggen: niet opsluiten in getto’s. Naast de gemeenschapsscholen bestaan er ook scholen waar de ruimte die men geeft aan de kinderen om de verschillende culturen te beleven, te leren kennen, te leren waarderen, niet bestaat. Er zijn ook nog gettoscholen waar we toch ook aandacht aan moeten besteden. Het is overduidelijk dat wij naar het gemeenschapsonderwijs moeten gaan – naar het “officieel onderwijs”, moet ik zeggen, want anders ga ik het natuurlijk aan de stok hebben. De term is eigenlijk een beetje problematisch omdat “gemeenschapsschool” eigenlijk meer zegt wat het inhoudt dan “officiële school”. Het is een school van de gemeenschap, voor de gemeenschap. We zijn volledig akkoord dat de ideeën die daar aan bod komen natuurlijk ook in het stedelijk onderwijs worden gerespecteerd – het zou erg zijn moest dat niet het geval zijn. Misschien moeten we even terugkijken naar de geschiedenis en terugdenken aan de wetgeving-Schollaert. Het is dankzij Schollaert dat er in Antwerpen eigenlijk lange tijd – van dat ogenblik tot en met de schoolpactwetgeving – geen godsdienst werd gegeven. Het is inderdaad na de wet-Van Humbeeck van 1879, die de godsdiensten buiten de scholen heeft willen plaatsen, dat Schollaert eigenlijk als reactie heeft gehad: “De scholen – de rijksschool, de officiële scholen – zullen de mogelijkheid krijgen om de kinderen te ontslaan van de lessen godsdienst.” Vanaf een bepaalde hoeveelheid kinderen in een klas mocht men beslissen geen godsdienst meer te geven in die klas. Ik meen mij te herinneren dat er geen godsdienstverplichting meer was in de klas wanneer er twintig leerlingen in één klas zaten. Eigenlijk heeft de Katholieke Partij daar op dat ogenblik zeer eigenaardig op gereageerd. Men zou van katholieke zijde een zware reactie verwachten tegen de wet-Van Humbeeck, die de godsdiensten buitensmijt, maar het tegenovergestelde gebeurt: men heeft net een zeer gematigde reactie. Men zou bijna kunnen spreken van een eerste “schoolpactje”, omdat men daar de godsdienstlessen niet meer verplicht maakt zoals zij voor de wet-Van Humbeeck eigenlijk werden geïnterpreteerd. Maar goed, dat was een zeer zware zijsprong die ik nu gemaakt heb, maar ik dacht toch dat hij van belang was op een bepaald ogenblik.

Luc Devuyst over Schoolpact, niet-confessionele zedenleer,onderwijs, Antwerpen, godsdienstles



Luc Devuyst: Dat is het resultaat geweest van de tweede schoolstrijd die er geweest is in België. Deze werd ontketend door de katholieken omdat de toenmalige socialistische minister Leo Collard de uitspattingen van zijn voorganger Pierre Harmel wilde terugdraaien. Daarop zijn de katholieken in opstand gekomen. In 1958 was de tijd rijp om terug een stap te zetten naar de schoolvrede. Wat waren de belangrijke fundamenten? Waar vroeger zedenleer alleen stond, was nu de niet-confessionele zedenleer de keuze. “Niet-confessioneel” werd ingevoerd door de Raad van State om duidelijk het onderscheid te maken met de zedenleer. Als we de keuzeformulieren bekijken, staat er op de keuzeformulieren “de katholieke godsdienst en de daarop berustende zedenleer”. De niet-confessionele zedenleer is dan ingesteld in het officieel onderwijs met verplichte keuze. Als ik het mij goed herinner, heeft Antwerpen daar lang dwarsgelegen, omdat precies die keuze die zij indertijd gemaakt hadden om geen godsdienst te geven, dan afgeschaft werd. Anderzijds werd het katholiek onderwijs door de schoolpactwetgeving betoelaagd en werd een soort garantie gegeven dat zij verder zouden kunnen blijven bestaan door die subsidiëring, maar dat was maar een gedeeltelijke subsidiëring. Renaat Van Elslande heeft de gedeelde [subsidies] maar niet de gelijkberechtiging [van de subsidiëring] verdedigd. Een stukje subsidiëring, dat was de vrijheid die hij afkocht. Hij kocht de vrijheid van het katholiek vrij onderwijs af door precies een gedeelte van de subsidie niet te aanvaarden. Hij was zo slim om te weten dat als hij volledig gesubsidieerd zou worden hij de vrijheid van zijn net eigenlijk toch wel een beetje in gevaar bracht.

Luc Devuyst over niet-confessionele zedenleer, onderwijs, Antwerpen



Luc Devuyst: Om toch even terug te komen op de keuze van de ouders voor een specifiek net. Het doctoraat van Jacques Billiet gaat over de secularisering van het onderwijs van Mechelen. Jacques Billiet heeft in zijn onderzoek een zeer duidelijk beeld geschetst van waarom ouders een net kiezen. Waarom gaan de ouders naar het officieel onderwijs? Waarom gaan ze naar het rijksonderwijs? Waarom gaan ze naar het katholieke net? Wel, verschiet niet, het aantal principiële keuzes is daar miniem en gaat als ik het mij goed voorheb van vijftien naar tien percent. Maar wat belangrijk was om voor het officieel onderwijs te kiezen was dat daar warme maaltijden werden gegeven. Dát was het belang. En daar zouden we dan misschien kunnen over nadenken.

Luc Devuyst over levensbeschouwing, onderwijs, niet-confessionele zedenleer, godsdienstles



Luc Devuyst: Wel, ik zou zeggen de samenwerking die wij hebben kunnen teweegbrengen tussen de verschillende levensbeschouwelijke vakken. Wij hebben daar een realisatie kunnen doen van een situatie waar we met getrokken messen tegenover elkaar stonden naar een samenwerking. En die komt tot uiting – en Roger [Peeters], bravo daarvoor – in het decreet van 01/12/1993, waar er sprake is van de levensbeschouwelijke vakken. Voor de eerste maal sprak minister Van den Bossche – waarvan jij dan de kabinetschef was; jij hebt daar met andere woorden een zeer grote rol in gespeeld – over levensbeschouwelijke vakken, één geheel. Het onderscheid tussen niet-confessionele zedenleer en godsdiensten werd zo eigenlijk overboord gegooid. Ik heb daar ook aan mogen meewerken. Ik denk dat dat één zeer belangrijke zaak is waar ik eigenlijk wel fier op ben.

Karin Heremans over familie, Lier, Antwerpen, atheneum, vrijzinnigheid, onderwijs



Karin Heremans: Ik ben thuis vrijzinnig opgevoed. Mijn beide ouders zijn producten van het Atheneum van Lier, maar hebben mij wel – omdat de bus zogezegd niet kwam, zoals nog steeds bij veel vrijzinnige ouders – naar een school van het vrije net gestuurd. Dat was een beetje tegenstrijdig: de opvoeding thuis en de school. Ik ben in de pubertijd beginnen rebelleren en wilde naar het Atheneum van Berchem. Gezien het rebelse hebben ze mij dan toch maar op die school gelaten. De vrijzinnigheid heeft dan eigenlijk een evolutie gekend, in die zin dat ik na een studie Romaanse en een lerarenopleiding heel bewust gekozen heb voor het gemeenschapsonderwijs. Daar heb ik eerst jaren les gegeven in de kunsthumaniora en daar vul ik op dit ogenblik die vrijzinnigheid dagelijks heel praktisch in. Hoe zie ik dat dan? Voor mij betekent vrijzinnigheid: vrijheid van mening, vrijheid van het individu, het vrij onderzoek stimuleren bij leerlingen, bij mijzelf, los van dogma’s, en ook wel interdisciplinair werken. Ik ben daar als het ware organisch toe gedwongen geweest in een school met zoveel culturen en nationaliteiten. Dat houdt ook in de vrijheid van de leerlingen centraal stellen en de leerling zelf centraal stellen – een vorm van wederkerigheid ook, heel belangrijk binnen de school en eigenlijk ook binnen mijn persoonlijk leven.

Karin Heremans over Antwerpen, atheneum, Vrij Onderzoek, Vlaams-nationalisme, Leo Apostel, pluralisme



Karin Heremans: Ik ben gisteren een beetje gaan grasduinen in het boek 175 jaar Atheneum. Ik ben geschrokken van een aantal verhalen, maar ik heb er ook al een aantal mooie dingen in gevonden. Dus ik ga ook voorlezen: “De leerlingen van het Atheneum waren voornamelijk vrijzinnig liberaal. In de eerste plaats valt hun Vlaams radicalisme op; dat kwam tot uiting in hun verzet en in hun uitbundige feesten. In de tweede plaats eisten zij vrij onderzoek en individuele zelfstandigheid. Ze wilden dat het Vlaamse volk zich vrij zou kunnen ontwikkelen. Uit die vrijzinnige houding van de leerlingen van het Atheneum ontstonden hun talrijke botsingen. In de eerste plaats met de prefecten, die moesten waken over de zedelijkheid van hun leerlingen, in de tweede plaats met de politiek.” Dan sla ik een heel stuk over. “Te vermelden is ook, en dat lijkt mij specifiek voor het atheneum te Antwerpen, de grote verdraagzaamheid onder de leerlingen.” Dat deed mij uiteraard deugd. “Katholieken, liberalen, joden, socialisten en liberalen stonden er eensgezind voor de Vlaamse zaak. Wanneer het om de vrijheid van gedachten ging, wilden ze zelfs front vormen met de Walen.” Er is enerzijds dat Vlaams-nationalisme, radicalisme zelfs, als je dit boek leest. Er staan verhalen in om van achterover te vallen, maar anderzijds ook gekoppeld aan die vrijzinnige levenshouding. Wij hebben heel wat bekende vrijzinnigen onder onze oud-leerlingen, waarvan de bekendste Leo Apostel is. En ja, het is een beetje in de traditie van Leo Apostel dat wij ons beleid eigenlijk verderzetten: dat interdisciplinaire, dat onderzoek, waar hij ook voor stond, dat pluralisme, waar hij destijds mee gebotst heeft, maar waar ook wij binnen de school eigenlijk heel actief werk van maken − dat actief pluralisme. Sinds 2001 voeren wij een dialoog tussen levensbeschouwingen. Waarom? Omdat ik vind dat als je als school een vrijzinnige levenshouding wilt ondersteunen, mee wil vormgeven, dat je dat dan alleen maar kan doen door mensen met elkaar in dialoog te laten gaan. En met een sokkel gemeenschappelijke basiswaarden waar inderdaad die universele rechten van de mens inzitten, de rechten van het kind, de gelijkheid man–vrouw, het vrij wetenschappelijk onderzoek, de scheiding tussen kerk en staat… Voor ons zijn dat dingen die onwrikbaar in het midden staan, maar die dialoog vormt sinds jaren eigenlijk de belangrijkste pijler, de basis voor onze leerlingen om samen te leven binnen die diversiteit. Ik denk dat dat ook niet anders kan. Want door hen met hun leraar Islam of orthodoxe godsdienst in een lokaal op te sluiten, ga je hen niet tot open kritische wereldburgers vormen.

Roger Peeters over vrijzinnigheid, Humanistisch Verbond, Vrij Onderzoek, humanisme, vrijdenkers, scheiding Kerk en Staat, abortus, euthanasie, pluralisme



Roger Peeters: Ik ga even voorlezen wat vrijzinnig humanisme is volgens HVV. Ik sta daar achter, want ik heb het meegemaakt. “Vrijzinnige humanisten zijn vrijdenkers. Zij doen aan vrij onderzoek, d.w.z. dat zij niet alles zomaar geloven, maar dat zij de dingen zelf willen onderzoeken en dan hun mening vormen. Zij gebruiken argumenten en geloven niet in goden. Vrijzinnige humanisten vinden een goed evenwicht tussen vrijheid en gelijkheid belangrijk. Enkel zo is solidariteit mogelijk. Vrijzinnige humanisten zijn voor het recht op vrije meningsuiting, voor de gelijkheid tussen man en vrouw en voor de scheiding tussen kerk en staat. Ze verdedigen het recht op abortus en op euthanasie en ze nemen de evolutietheorie van Darwin aan. Ze verdedigen de rechten van de holebi’s en ze kiezen voor een ecologisch verantwoorde levensstijl. Vrijzinnige humanisten komen op voor pluralistisch onderwijs dat jongeren vormt tot kritische burgers.” Als je aan jezelf twijfelt en jezelf de vraag stelt “Ben ik een vrijzinnig humanist?” dan kan je op de website een vragenlijst nakijken en jezelf eventjes peilen of je inderdaad een vrijzinnig humanist bent.

Roger Peeters over leerkracht, onderwijs, opleiding moraalwetenschap



Roger Peeters: Vroeger – in de tijd dat het nog normaalschool heette, nu is dat pedagogische academie – was dat de universiteit van de armen. Er was een aantal kinderen dat helemaal niet naar de universiteit kon, waaronder ik. En dit terwijl heel mijn promotie perfect universiteit had kunnen doen. Alleen, dat woord was thuis onbekend. Er waren ook geen middelen om dat te doen en dus ging een elite naar de lerarenopleiding. Nu krijgen we – met alle respect hoor – zevende jaar beroeps die de lerarenopleiding volgen. Wat maken we mee? Bij een spellingstest niet zo lang geleden bij leraren in opleiding bleek dat zij slechter scoren dan leerlingen van het zesde leerjaar basisschool. En er zijn nog andere proeven. Ik heb leerkrachten ontmoet in mijn Onderwijsmuseum die niet wisten wie Napoleon was. Zij: “Keizer Karel, connais pas”. Dat ik dacht “Dat meen je toch niet.” Ik denk dat het niveau van de kwaliteit van onze leerkrachten achteruit aan het gaan is.

Luc Devuyst en Roger Peeters over niet-confessionele zedenleer, leerkracht, onderwijs



Roger Peeters: De leerkracht moraal – niet-confessionele zedenleer, bestaat niet. Je hebt briljante leerkrachten, maar je hebt er ook die de kantjes eraf lopen. Ik heb leerkrachten uit het gewoon onderwijs gekend die gewoon zegden: “Ik ga proberen moraal te volgen, want dat is veel gemakkelijker. Dan kan ik wat actualiteit doen, moet ik mijn agenda niet invullen en kan ik een beetje kletsen met de leerlingen.” Dat bestaat dus ook. Maar gelukkig bestaat er een inspectie niet-confessionele zedenleer die die zaken in het oog kan houden. En die inspectie mis ik een beetje bij de gewone leerkracht, maar dat is misschien een ander verhaal. Maar ik zou zeggen de ideale leerkracht moraal, ik hoop dat ze dat allemaal zijn, maar de curve van Gauss bestaat overal.

Jimmy Koppen (interviewer): Luc Devuyst, heeft u weet van leerkrachten moraal die dan toch wat verder gingen en toch wat meer engagement vertoonden?

Luc Devuyst: De leerkracht moraal is een mens zoals de andere leerkrachten mensen zijn. Met andere woorden: zij kunnen hun best doen, zij kunnen slagen, zij kunnen mislukken. Dat is nu eenmaal het menselijke of de menselijke kant in ons. Leerkrachten die natuurlijk een zeer groot engagement hebben kunnen hun leerlingen op een fantastische manier benaderen en kunnen ook hun zingeving in hun leven benadrukken. Maar het is ook zo dat men gebruik kan maken van zeer eenvoudige trucjes op pedagogisch vlak. Ik heb een leerkracht gekend die op een bepaald ogenblik werkte rond de verkiezingen, maar niet op de manier waarop wij dat normaal zouden doen. (Ik heb hem daarvoor trouwens ook gefeliciteerd.) Neen, hij liet zijn leerlingen tijdens de lessen de verkiezingsprogramma’s ontleden. De ontleding was slechts één aspect van het geheel. Die partijen hadden na zekere tijd een duidelijk politiek standpunt ingenomen. Dan werden de oude analyses van de partijbeloftes erbij gehaald en werden die geconfronteerd met de realisaties die er gebeurd waren. Dat is burgerlijke opvoeding in de hoogste graad. En zo bestaan er verschillende mogelijkheden. Er waren leerkrachten die, in plaats van hun les met een tekst of zo te illustreren, een lied gaven van een bekende zanger, van een bekend persoon, en dan vroegen “Wat zegt die man nu eigenlijk? Wat doet die?” Vervolgens werd de tekst besproken en kon men inderdaad nagaan dat men daar wel zeer ernstige dingen aanraakte, waar de kinderen nooit aan gedacht hadden dat die op die manier werden benaderd. We hebben ook leraren gehad – ik weet wel dat de leraren zedenleer in bepaalde omstandigheden ervan beschuldigd werden niets anders te doen dan films te bekijken – die de leerlingen film leerden te kijken, te beoordelen, niet alleen te ondergaan. Dus er zijn vele dingen die de leraar zedenleer kan doen. Ik heb in het verleden eigenlijk nooit iets opgelegd aan een leraar. Ik dacht dat de leraar eigenlijk de vrijheid moest hebben om zijn kwaliteiten en zijn capaciteiten maximaal te benutten. Als men die openheid geeft aan de leerkracht dan is er zeer veel kans dat hij ook een goede leraar wordt.

Roger Peeters: Ik vraag ook een beetje begrip voor de situatie van sommige leerkrachten moraal. Als je maar één leerling hebt, is het niet evident om aan sociale opvoeding te doen. Wat moet je twee uren per week met die leerling doen? Laat ons niet te vlug oordelen, laat ons situaties altijd maar bekijken. Ik ken een leerkracht die in een dergelijke situatie verkeerde. Hij ging met zijn leerling naar de supermarkt en deed daar allerlei mee om dat kind de maatschappij een beetje te leren kennen, maar je moet het toch maar doen.

Robert Voorhamme over vrijzinnigheid, socialisme, Vrij Onderzoek, humanisme



Robert Voorhamme: Wat is voor u vrijzinnigheid? Voor mij is vrijzinnigheid naar de wereld kijken, gebaseerd vanuit het vrij onderzoek. Ik kan heel goed begrijpen dat er ooit, lang geleden, mensen veel minder verklaringen vonden in de wetenschap voor alles wat zich om hun heen afspeelde en dat zij daardoor de noodzaak voelden om een zekere religiositeit aan te kleden die zich kon voordoen onder verschillende vormen. Ik denk echter dat de stand van de wetenschap – zeker toen ik geboren werd – al lang al zo ver gevorderd was dat men ervan uit kon gaan dat de wetenschap de verklarende factor kon zijn voor alle fenomenen waarmee we geconfronteerd worden en we geen behoefte meer hadden aan een schepsel van de mens om die leegte in te vullen, noch aan de religiositeit die erbij hoort. Ik denk dat bij dat vrijzinnig zijn ook een humanisme hoort. Dat is volgens mij niet helemaal hetzelfde. Dat wil zeggen dat je toch wel gelooft in de kwaliteiten die mogelijk aanwezig zijn bij de mensen, ook al komen die niet altijd tot uiting, maar dat je niet anders kan dan voor de toekomstige ontwikkeling in deze wereld ervan uit te blijven gaan dat je moet blijven streven naar een zo goed mogelijke invulling van de kwaliteiten die de mensen hebben, want daar zal het op aankomen. In dat opzicht kom je dan wel bij een vorm van socialistisch gedachtengoed, dat dan een bepaalde visie heeft over die samenhang tussen de mensen in de samenleving en de solidariteit die moet opgebracht worden, een zienswijze dat hoe verder de maatschappij evolueert hoe meer het noodzakelijk is dat we een aantal dingen gemeenschappelijk organiseren, wat helaas niet mogelijk is. Dat soort opvattingen komen daar, wat mij betreft alleszins, mee uit voort.

Robert Voorhamme over seculiere samenleving, onderwijs, levensbeschouwing



Robert Voorhamme: De school is de enige plaats waar wij allemaal komen. Het is de enige plaats waar mensen op een officiële wijze komen die eigenlijk illegaal zijn. Illegale kinderen gaan naar school, omdat ze een universeel recht hebben op onderwijs. Dit is de enige plaats waar dit gebeurt. Kinderen van alle rang of stand komen in scholen terecht en dan is de school de unieke plaats waar je toch iets kan meegeven aan elk van ons. Dat is een kans die je geen tweede keer krijgt, want voor de rest ben je altijd ingebed in familie, in een verenging of wat dan ook. De school is de enige plaats waar dat kan en daar moet men zich sterk rekenschap van geven. Daarnet kwam de scheiding van kerk en staat aan bod. Ik ben een zeer sterke aanhanger van de seculiere samenleving en ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop de school zich organiseert uitermate belangrijk is voor jongeren om het besef van de waarde van die seculiere samenleving te laten groeien en tot ontwikkeling te laten komen. Dat betekent dat de school een seculier kader moet bieden voor de opvoeding van die jongeren, van welke levensbeschouwing ze ook zijn. Het is de enige mogelijkheid. Scholen die dit niet doen, helpen niet mee aan het uitbouwen van de seculiere samenleving. Achteraf staat men dan soms wat verwonderd te kijken, maar men moet daar niet verwonderd over zijn. Er is een gebrek aan inzicht, lijkt mij. Daar kunnen we straks misschien nog op terugkeren. We hebben sinds de Tweede Wereldoorlog een uitbouw gekend in onze contreien, West-Europa, van seculiere samenleving. Dat heeft heel veel vruchten afgeworpen. Dat heeft de tegenstelling tussen vrijzinnig en katholiek op een veel beschaafdere manier weten te kaderen. Dat heeft ook gemaakt dat mensen –in plaats van zich elk op te sluiten in hun eigen groep – op z’n minst als mens respect konden opbrengen als mens voor elkaar, onafgezien van de geloofsovertuiging. Ik vind dat heel belangrijk in een samenleving die altijd maar ingewikkelder wordt, in een samenleving die ook altijd maar multireligieuzer wordt, dat we dat hebben kunnen bewerkstellingen. Wat we vandaag – of al meer dan tien jaar – zien gebeuren, is dat door de immigratie in Europa – Europa is een immigratieregio geworden, maar is dat lang niet altijd geweest – nieuwe bevolkingsgroepen hier zijn komen wonen die heel die evolutie naar de seculiere samenleving eigenlijk gemist hebben, dat nooit meegemaakt hebben. Zij komen ook dikwijls uit landen waar van seculiere samenleving geen sprake is en hebben het dus moeilijk dat besef tot zich te nemen, van de waarde van de seculiere samenleving. Ik vind dat we daar vandaag allemaal wat te wollig over doen en te weinig duidelijkheid over bieden, zeker aan de nieuwe bevolkingsgroepen. De seculiere samenleving – en zo wordt dat door hen dikwijls geïnterpreteerd – is niet een samenleving die zich tegen de godsdienst keert. De seculiere samenleving is een samenleving die een kader biedt, waarbinnen − in de meest vreedzame zin − verschillende levensbeschouwingen met elkaar kunnen omgaan, met de hiërarchie van waarden waar het daarstraks over ging. Ik heb de indruk dat te veel mensen vandaag zelf niet meer overtuigd zijn van de grote waarde van die seculiere samenleving en dat we dat wel eens tussen onze vingers zouden kunnen zien glippen. Ik vind dat dan helemaal geen vooruitgang.

Robert Voorhamme over school, onderwijs, Antwerpen



Robert Voorhamme: Ik denk dat er in het officieel onderwijs ook veel marktaandeel, om het zo uit te drukken, verloren is gegaan door slechte organisatie gewoon, in alle eerlijkheid. Het gemeenschapsonderwijs vandaag staat impliciet veel sterker dan het vroeger stond toen het rijksonderwijs was. Om de heel eenvoudige reden dat het een betere organisatiestructuur heeft vandaag dan een tijd geleden. De sterkte van het katholiek onderwijs is niet dat het één blok is, nee, nee, want het is niet één blok. Het katholiek onderwijs zijn vele blokjes en de sterkte is lange tijd geweest dat al hun aparte schoolbesturen een vrij sterke autonomie hadden. Welke indruk vrijzinnigen daar ook van mochten hebben. Dat heeft lange tijd een concurrentieel voordeel gegeven. Terwijl het rijksonderwijs allemaal centraal vanuit Brussel bestuurd werd en dus allemaal in een soort van gestandaardiseerde opvatting zijn onderwijs moest gaan organiseren met relatief weinig ruimte voor de individuele schooldirecties en met helemaal geen bestaande schoolbesturen op lokaal niveau. We zijn daar heel wat door kwijtgespeeld en het is bijvoorbeeld sinds in het gemeenschapsonderwijs de scholengroepen tot stand zijn gekomen dat – volgens mijn overtuiging en wat ik ervan zie – het gemeenschapsonderwijs vandaag alleszins veel beter gewapend is. Het zou nog kunnen geperfectioneerd worden, maar het is veel beter gewapend om de uitdagingen aan te gaan en om een performant onderwijs te kunnen realiseren. Dat is ook de reden waarom ik in het stedelijk onderwijs naar een verzelfstandiging heb gestreefd. Toen jij nog hoofdinspecteur was van het stedelijk onderwijs, was het stedelijk onderwijs nog een dienst van de stad en heel veel centraal gestuurd. Met als gevolg dat al die schooldirecties allemaal de indruk hadden dat zij eigenlijk niet veel meer waren dan een doorgeefluik en dus ook tekortschoten in het nemen van verantwoordelijkheid, in het uitbouwen van schoolteams en het voeren van een pedagogisch beleid op schoolniveau, want dat kwam van boven. Daar maak je niet het sterkste onderwijs mee. En dat was het verschil met het vrij onderwijs.

Reacties gesloten